Is het goed dat regering ontslagvergoeding Bellens weigert, als ze weet dat hij ze later toch krijgt?

Volgens De Standaard wordt Belgacom-CEO Didier Bellens waarschijnlijk ontslagen, en zal hij ook geen ontslagvergoeding van zo’n 2 miljoen euro krijgen. Maar is dat een goede zaak? Contract is contract, en de kans is dus groot dat Bellens het wegvallen van zijn vergoeding aanvecht, en mogelijk ook wint. Juridische diensten onderzochten de afgelopen dagen of men hem zonder vergoeding kan ontslaan. Wat dat advies is, weten we niet, maar stel dat de regering donders goed weet dat ze die vergoeding van de rechtbank zal moeten betalen, is het dan nog een goede zaak juridische procedures op te starten? Misschien kan wobbing – of het opvragen van overheidsdocumenten – duidelijkheid brengen.

De regering zit vrijdag samen over de kwestie over of Bellens ontslagen moet worden. Onder meer MR-vicepremier Didier Reynders had al om zijn ontslag gevraagd, en ook andere partijen lieten zich al erg kritisch uit.  Juridische adviseurs zochten (of zoeken?) uit of Bellens zonder vergoeding ontslagen kan worden. De kans is niet onbestaande dat die adviseurs concluderen dat Bellens recht heeft op de premie. Er is immers nog geen smoking gun gevonden, een fout die groot genoeg is om hem aan de deur te zetten zonder dat hij recht heeft op een vergoeding. Het is dat advies, collega-journalisten, waar we morgen/vrijdag collectief naar moeten vragen nadat de regering haar beslissing bekendgemaakt heeft.

Wat is het nut van dat advies? We zullen erdoor weten of de regering tegen beter weten in Bellens zonder vergoeding deed ontslagen, en ons, aandeelhouders, bewust, met extra gerechtskosten opzadelt, bovenop de miljoenen die het desgevallend zal moeten betalen. Gezien de ramkoers waarop Bellens de laatste weken en maanden zit, kan de regering zich quasi zeker aan een rechtszaak verwachten. Het ontbreken van een smoking gun maakt dat een rechtbank Bellens mogelijk gelijk zal geven, waardoor hij alsnog de 2 miljoen euro zal krijgen van Belgacom. In De Standaard luidt het alvast dat niemand die wil betalen. De vraag is of dat wel goed bestuur is. Uiteraard zit na de affaires van de voorbije weken geen enkele Belgacom-aandeelhouder (en dus ook wij) erop te wachten dat Bellens 2 miljoen euro ontvangt, maar wil die belastingbetaler nog extra geld verloren zien gaan door een kostelijke rechtszaak die mogelijk bij voorbaat al een verloren zaak is?

Voor een gerust gemoed ga ik er alvast vanuit dat de huidige regering de kwestie van een rechtszaak niet naar een volgende regering zal proberen door te schuiven. Omdat Bellens zelfstandig CEO is, komt zijn zaak niet voor de arbeidsrechtbank, maar voor die van eerste aanleg. Door de lange duurtijd van een procedure, is een uitspraak mogelijk pas voor na de verkiezingen. De huidige regering zou er dus momenteel op kunnen rekenen dat de rechtszaak en het eventueel bijbehorende kostenplaatje bij haar opvolgers terechtkomt.

Daarom, collega-journalisten, moeten we vrijdag op onze strepen gaan staan. Volgens de Grondwet hebben we allerlei fundamentele rechten. Privacy is er daar een van, maar artikel 32 geeft ons ook recht op transparantie bij de overheid (“Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in [bepaalde] gevallen”). Door die wetgeving kunnen we te weten komen of de regering willens nillens een juridisch advies naast zich neerlegt, wat Belgacom/de Belgische staat/de belastingbetaler mogelijk heel wat extra geld kost.

Daarom moeten we vrijdag proberen om ons niet enkel te beperken tot wat de regering communiceert, maar kunnen we ook kijken naar de besluitvorming zelf. Daarom moeten we vrijdag maar eens collectief naar (de woordvoerders van) minister van Overheidsbedrijven Labille of premier Di Rupo bellen om dat advies, met toch een zeker algemeen belang, op te vragen, en er naar te blijven vragen tot we het krijgen. Snel als het kan, of traag en via een beroepsinstantie als het moet.

Opinie: ‘Meer openheid zorgt voor minder Keizers van Oostende’

Zelf heb ik de Keizer van Oostende nog niet gelezen, en kan ik er dus moeilijk uitspraken over doen. Wat ik er over hoor, is volgens de ene dat er veel insinuaties, opwerpingen en aantijgingen zijn. Volgens de andere is het een verhaal met een combinatie van feiten en vragen, die ethische kwesties oproepen over de concentratie van veel macht bij één persoon, door cumulatie of snelle opvolging van uiteenlopende mandaten.

Een groot twistpunt in de discussie of het over eerlijke en integere onderzoeksjournalistiek ging, betrof de vraag of alle elementen feitelijk gestaafd werden, met getuigenissen of bewijsstukken. Heeft Johan Vande Lanotte beslissingen genomen in het voordeel van instanties, groeperingen of clubs die hem zelf na aan het hart lagen? Een smoking gun werd daarbij nooit gevonden, geven ook de auteurs toe.

Nochtans is een oplossing mogelijk. Ondermeer in Nederland en een aantal Scandinavische landen kan je als burger documenten of informatie bij je bestuur opvragen over de werking van die overheid. Dat principe heet ‘openbaarheid van bestuur‘ en komt er veelal op neer dat een burger inzage krijgt in alle rapporten, dossiers, video- of geluidsbestanden, mails of zelfs sms’en van een minister, als die burger daar om vraagt. In Groot-Brittanië moeten zelfs mails verstuurd via een privémailadres worden geopenbaard, als ze bestuurszaken betreffen. Uitzonderingen op de openbaarheid zijn vaak mogelijk, vaak om privacy van derden of ook de staatsveiligheid te beschermen.

Nu, België heeft ook zo’n regeling (uitgewerkt in Artikel 32 van de Grondwet, en 13 andere decreten, ordonnanties of wetten), maar daar is één groot probleem mee. In tegenstelling tot andere landen en zelfs de Europese Unie sluit ze per definitie openbaarheid van documenten uit die gaan over de besluitvorming. Dat betekent dat je wel documenten kan opvragen die gaan over de uitvoering van een beleidsbeslissing, maar niet over hoe die beslissing tot stand is gekomen.

Praktisch: je kan dus wel opvragen hoe vergunningen aan windmolenparken werden toegekend, maar niet hoe de wet tot stand kwam die dat vergunningbeleid regelt. Een ander voorbeeld: je kan wel nagaan of grote biomassacentrales wettig voor miljoenen euro’s aan groenestroomcertificaten ontvangen. Je kan in België niet nagaan hoe beslist is over welke soort groene stroom hoeveel subsidie ontvangt.

Dat is an sich niet problematisch, wanneer politici in eer en geweten beslissingen nemen in het belang van de hele bevolking. (Ze moeten nu zelfs hun wetsvoorstellen bovendien tot op een zeker niveau motiveren.) Maar het gevaar bij deze geslotenheid bestaat dat achter de schermen dingen gebeuren die je als burger niet gemakkelijk te weten komt. Welke lobbygroepen komen regelmatig bij de minister langs om hun zaak te bepleiten. Welke linken heeft een politicus met het bedrijfsleven, sportclubs of andere organisaties, en welke vragen of eisen hebben zij voor de politicus in kwestie. Centrale vraag: wat is de invloed van allerlei groepen en personen op de besluitvorming, die wel eens in het voordeel van de ene of de andere kan uitdraaien, de good old vriendjespolitiek.

Mocht België de moed hebben de wetgeving over openbaarheid te verruimen, dan staat de burger sterker in zijn controle van zijn overheid. Als de burger zicht krijgt op wat achter de schermen plaatsvindt, dan kan de burger bij de volgende stembusgang oordelen of die politicus integer bestuurd heeft, en nog een nieuwe kans moet krijgen. Enkel die extra openbaarheid garandeert een volwaardige democratische controle op het gehele beleidsproces.

Dat is echter niet evident. Ons land heeft een sterke debatcultuur achter gesloten deuren. Overleg tussen de overheid en bijvoorbeeld vakbonden is er op dit moment enkel bij gratie van een zekere discretie. Regeerakkoorden bevatten wel de maatregelen waartoe aanstaande regeringspartners zich verbinden, maar vermelden niets over andere tegemoetkomingen en ruilhandel tussen politieke partijen. Misschien dat het openbaren van die extra afspraken tot verontwaardiging zou leiden bij de burger van nu. Verontwaardiging die mij onterecht lijkt. Inherent aan onderhandelen is dat je soms moet toegeven, en de burger weet dat. Mochten politici op dit vlak opener zijn, dan zou dat mogelijk minstens (de schijn van) achterkamer- of vriendjespolitiek kunnen verminderen, en kunnen leiden tot een meer integer bestuur, zowel door politici in het algemeen, als voor politici als Johan Vande Lanotte, waar veel macht bij één persoon geconcentreerd zit.

Heel concreet denk ik ook nog aan volgende extra maatregel: Op dit moment moeten politici verplicht de mandaten opgeven die ze het afgelopen jaar uitvoerden in bedrijven, organisaties en instellingen. Is het niet tijd dat politici, kabinetards en topambtenaren dat jaarlijks doen voor de laatste vijf jaar. Zo is een duidelijke chronologie mogelijk, waardoor mogelijke belangenconflicten beter beheerd kunnen worden, en eventueel afgestraft door de bevolking.

Auteur: Christoph Meeussen