Is het goed dat regering ontslagvergoeding Bellens weigert, als ze weet dat hij ze later toch krijgt?

Volgens De Standaard wordt Belgacom-CEO Didier Bellens waarschijnlijk ontslagen, en zal hij ook geen ontslagvergoeding van zo’n 2 miljoen euro krijgen. Maar is dat een goede zaak? Contract is contract, en de kans is dus groot dat Bellens het wegvallen van zijn vergoeding aanvecht, en mogelijk ook wint. Juridische diensten onderzochten de afgelopen dagen of men hem zonder vergoeding kan ontslaan. Wat dat advies is, weten we niet, maar stel dat de regering donders goed weet dat ze die vergoeding van de rechtbank zal moeten betalen, is het dan nog een goede zaak juridische procedures op te starten? Misschien kan wobbing – of het opvragen van overheidsdocumenten – duidelijkheid brengen.

De regering zit vrijdag samen over de kwestie over of Bellens ontslagen moet worden. Onder meer MR-vicepremier Didier Reynders had al om zijn ontslag gevraagd, en ook andere partijen lieten zich al erg kritisch uit.  Juridische adviseurs zochten (of zoeken?) uit of Bellens zonder vergoeding ontslagen kan worden. De kans is niet onbestaande dat die adviseurs concluderen dat Bellens recht heeft op de premie. Er is immers nog geen smoking gun gevonden, een fout die groot genoeg is om hem aan de deur te zetten zonder dat hij recht heeft op een vergoeding. Het is dat advies, collega-journalisten, waar we morgen/vrijdag collectief naar moeten vragen nadat de regering haar beslissing bekendgemaakt heeft.

Wat is het nut van dat advies? We zullen erdoor weten of de regering tegen beter weten in Bellens zonder vergoeding deed ontslagen, en ons, aandeelhouders, bewust, met extra gerechtskosten opzadelt, bovenop de miljoenen die het desgevallend zal moeten betalen. Gezien de ramkoers waarop Bellens de laatste weken en maanden zit, kan de regering zich quasi zeker aan een rechtszaak verwachten. Het ontbreken van een smoking gun maakt dat een rechtbank Bellens mogelijk gelijk zal geven, waardoor hij alsnog de 2 miljoen euro zal krijgen van Belgacom. In De Standaard luidt het alvast dat niemand die wil betalen. De vraag is of dat wel goed bestuur is. Uiteraard zit na de affaires van de voorbije weken geen enkele Belgacom-aandeelhouder (en dus ook wij) erop te wachten dat Bellens 2 miljoen euro ontvangt, maar wil die belastingbetaler nog extra geld verloren zien gaan door een kostelijke rechtszaak die mogelijk bij voorbaat al een verloren zaak is?

Voor een gerust gemoed ga ik er alvast vanuit dat de huidige regering de kwestie van een rechtszaak niet naar een volgende regering zal proberen door te schuiven. Omdat Bellens zelfstandig CEO is, komt zijn zaak niet voor de arbeidsrechtbank, maar voor die van eerste aanleg. Door de lange duurtijd van een procedure, is een uitspraak mogelijk pas voor na de verkiezingen. De huidige regering zou er dus momenteel op kunnen rekenen dat de rechtszaak en het eventueel bijbehorende kostenplaatje bij haar opvolgers terechtkomt.

Daarom, collega-journalisten, moeten we vrijdag op onze strepen gaan staan. Volgens de Grondwet hebben we allerlei fundamentele rechten. Privacy is er daar een van, maar artikel 32 geeft ons ook recht op transparantie bij de overheid (“Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in [bepaalde] gevallen”). Door die wetgeving kunnen we te weten komen of de regering willens nillens een juridisch advies naast zich neerlegt, wat Belgacom/de Belgische staat/de belastingbetaler mogelijk heel wat extra geld kost.

Daarom moeten we vrijdag proberen om ons niet enkel te beperken tot wat de regering communiceert, maar kunnen we ook kijken naar de besluitvorming zelf. Daarom moeten we vrijdag maar eens collectief naar (de woordvoerders van) minister van Overheidsbedrijven Labille of premier Di Rupo bellen om dat advies, met toch een zeker algemeen belang, op te vragen, en er naar te blijven vragen tot we het krijgen. Snel als het kan, of traag en via een beroepsinstantie als het moet.

Moest het FAVV zwijgen over het paardenvleesschandaal?

Het persbericht van het FAVV. Let op de titel, mogelijk een zeldzaam voorbeeld van de 'non self fullfilling prophecy'
Het persbericht van het FAVV. Let op de titel, mogelijk een zeldzaam voorbeeld van de ‘non self fullfilling prophecy’

Snel na het uitbreken van het paardenvleesschandaal bleek dat ook in ons land verdachte zaken werden opgemerkt. Het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid wist al in 2011 van problemen met ons paardenvlees. Meteen was er verontwaardiging dat dit niet aan het publiek werd gemeld. Maar het FAVV stelde snel dat zij zich aan het geheim van het onderzoek moesten houden. De vraag is echter: is dat wel het geval? Wie een blik werpt op onze milieuwetgeving doet kan alvast vermoeden van niet.

Op 16 februari brak in Groot-Brittanië en Ierland het paardenvleesschandaal uit. Hamburgers in discountketens bevatten paardenvlees, terwijl dat niet op het etiket vermeld stond. Vanaf die dag is het paardenvleesschandaal zich alleen maar beginnen uitbreiden. Op zich is er – als dat op de verpakking van het voedsel vermeld wordt – niets mis met paardenvlees, maar op 19 februari meldde het weekblad Moustique dat er mogelijk ook problemen waren in ons land, en dat het FAVV en het Belgische gerecht al in 2011 van de feiten wisten. Daarop kwamen meteen verontwaardigde reacties, onder meer van Groen-Kamerlid Wouter De Vriendt. Het voedselagentschap haastte zich een dag later met te zeggen dat zij niets over lopende onderzoeken mag zeggen:

Momenteel worden drie grote zaken onderzocht door de parketten van Neufchâteau, Dendermonde en Antwerpen en, conform de geheimhouding van het onderzoek, kan het FAVV hierover niet communiceren. Het gaat in wezen om de vervalsing van paspoorten. De door een weekblad bekendgemaakte informatie dat de vastgestelde administratieve fraude een risico zou inhouden voor de gezondheid van de consumenten en zieke paarden in België in de voedselketen zijn terechtgekomen is totaal onjuist.

Het is voorlopig onduidelijk of er effectief een gezondheidsrisico is geweest, of dat dat onze voedselketen vervuild is geraakt. Mocht dat zo zijn, dan heeft dat wel belangrijke implicaties voor het FAVV. In een federale wet die de toegang tot milieu-informatie regelt, staat het volgende te lezen:

Daarin staat klaar en duidelijk het volgende te lezen:

  Art. 15. [De milieu-instanties zorgen] ervoor dat in geval van een bedreiging van de gezondheid van de mens of het milieu, hetzij veroorzaakt door menselijke activiteiten hetzij ten gevolge van natuurlijke oorzaken, alle informatie waarover zij beschikken en die de bevolking die waarschijnlijk zal worden getroffen in staat kan stellen maatregelen te nemen om de uit de bedreiging voortvloeiende schade te voorkomen of te beperken, onmiddellijk wordt verspreid.

Dat we te maken hebben met milieu-informatie, mag alvast blijken uit het eerste gedeelte van de wet:

milieu-informatie : elke informatie, ongeacht de drager en in welke materiele vorm ook, waarover een milieu-instantie beschikt, betreffende:
[…]
b) de toestand van de gezondheid en de veiligheid van de mens met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, […]

Niet alleen deze actieve vorm van openbaarheid lijkt van belang. Ook wanneer iemand om informatie vraagt, is het voedselagentschap wellicht verplicht de informatie vrij te geven – of er nu een onderzoek loopt of niet:

 Art. 27. § 1. Voor elke milieu-informatie die het voorwerp uitmaakt van een vraag tot openbaarmaking, gaat de milieu-instantie die de aanvraag ontvangst na of er uitzonderingen van toepassing zijn. Ze wijst de aanvraag af als het publiek belang van de openbaarmaking niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen :
[…]
4° de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten;

Wat hier staat is dat als het publiek belang groter is dan de bescherming van het gerechtelijk onderzoek, dan geldt de openbaarheid. Dergelijke belangenafwegingen zijn echter niet altijd eenvoudig te maken. Wanneer is het publiek belang groter dan de geheimhoudingsverplichting?

Ten slotte nog dit: Het FAVV heeft alvast niet de beste naam op het vlak van (passieve) openbaarheid. Zo weigerde het in 2011 documenten vrij te geven aan journalisten over de hygiëne in restaurants. Zelfs de Federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie – die net als taak heeft om te zien of een overheid niet de mist ingaat tegen openbaarheidswetgeving – krijgt van het FAVV geen van de betwiste documenten in handen. De beroepsinstantie was niet tevreden met de gang van zaken, zoals uit deze passage mag blijken:

Artikel 40 van de wet van 5 augustus 2006 verplicht de betrokken milieu-instantie bovendien om de Federale Beroepscommissie toegang te geven tot alle nuttige informatie, en geeft de Commissie de bevoegdheid om alle betrokken partijen en deskundigen te horen en om aanvullende inlichtingen te vragen aan de personeelsleden van de betrokken milieu-instantie. Het staat dus niet aan het FAVV om te oordelen of de aanvrager zich terecht op de wet van 5 augustus 2006 beroept, en zelfs niet om de toegang tot de betrokken informatie aan de Commissie te weigeren.

Voorlopig geen inzage in Vlaamse audits

Antwoordbrief van AGIOn
Het weigerende antwoord van schoolinfrastructuuragentschap AGIOn

Verschillende Vlaamse besturen weigeren om inzage te geven in audits over de werking van hun dienst, wanneer daarom wordt gevraagd. Een beroepsinstantie die de rechtmatigheid van die weigeringsbeslissingen moet onderzoeken kan “door omstandigheden” haar werk niet doen. Bij minstens vier overheden krijgt ze  de betwiste informatie niet binnen de voorziene 30 kalenderdagen verzameld, terwijl het telkens over slechts één document gaat.

In de maand januari vroeg Openbaarheidvanbestuur – deze website – bij onder meer het Agentschap voor Infrastructuur In het Onderwijs (AGIOn), en ook het departement Mobiliteit en Openbare Werken een aantal auditrapporten op. Als burger heb je het recht om die bestuurlijke documenten in te zien, zodat je kan meekijken of die overheid efficiënt tewerkgaat. Dat recht staat verankerd in de Grondwet (Art. 32), een aantal federale wetten, alsook het Vlaams decreet betreffende de openbaarheid van bestuur van 26 maart 2004.

Bij minstens vier overheden kreeg Openbaarheidvanbestuur een njet van de instantie. Daarbij wordt de “vertrouwelijkheid van auditprocessen” ingeroepen. Echter, wie het decreet er op naleest, alsook de Memorie van Toelichting erbij, ziet dat expliciet werd vermeld dat afgeronde audits wel opgevraagd kunnen worden, in tegenstelling tot lopende audits;

De vertrouwelijkheid omtrent de resultaten van de interne audits is evenwel niet langer vereist zodra de beleidsverantwoordelijken kennis hebben gekregen van deze resultaten. Natuurlijk is het mogelijk om op dat ogenblik eventueel andere uitzonderingsgronden , zoals voorzien in dit decreet,  in te roepen  om alsnog bepaalde documenten aan de openbaarheid te onttrekken. […]

De detailrapporten en de syntheserapporten die worden opgesteld door de entiteit Interne Audit bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap komen in aanmerking  voor openbaarmaking (na kennisgeving aan de beleidsverantwoordelijken) […].”

Openbaarheidvanbestuur tekende tegen deze mogelijk onterechte en illegale weigeringen beroep aan bij de Vlaamse beroepsinstantie. De bevraagde overheid is dan verplicht om aan de beroepsinstantie de betrokken documenten te bezorgen. De instantie kan dan – als een soort administratieve rechtbank – oordelen of de weigering tot openbaarmaking terecht was of niet. Die uitspraak moet binnen de 30 kalenderdagen plaatsvinden. 15 kalenderdagen later moet de overheid – indien dat zo werd uitgesproken – de documenten openbaar maken. Blijft de gevraagde overheid weigeren, dan kan de beroepsinstantie zelf tot openbaarmaking overgaan.

Dat is de ideale situatie. Maar soms gebeurt het dat de beroepsinstantie de documenten niet in handen krijgt. Zij hangt daarbij af van de goodwill van de betrokken overheid om die documenten aan haar over te maken. De beroepsinstantie heeft echter geen huiszoekingsbevoegdheid en kan het overmaken niet afdwingen, omdat er geen straf voorzien is in geval van een weigering. Op dat moment heb je een vreemde en illegale praktijk: een overheid die documenten vrijgeven weigert, kan niet gestraft worden als een soort administratief rechtscollege – zoals de beroepsinstantie – net wil kijken of de betrokken overheid juist handelt of niet.

In onze vier beroepsprocedures liet de Vlaamse beroepsinstantie weten dat de geplande termijn van 30 kalenderdagen om een uitspraak te doen niet gehaald kan worden. Bij de betrokken overheidsdiensten werd telkens echter slechts één auditrapport opgevraagd, zodat de vraag rijst bij wie het probleem juist zit.

“Door omstandigheden is het voor de beroepsinstantie onmogelijk om de nodige informatie te verzamelen binnen de termijn van dertig kalenderdagen. Slechts wanneer alle gevraagde informatie in het bezit is van de beroepsinstantie, kan deze met kennis van zaken een beslissing terzake treffen.” (mail van de Vlaamse beroepsinstantie, d.d. 14-02-2013)

Deze mededeling schept niet veel duidelijkheid. Het decreet voorziet volgens artikel 24 inderdaad een mogelijk uitstel van 15 kalenderdagen wanneer informatie niet tijdig verzameld kan worden, maar er moet wel een reden opgegeven worden. Deze blijft hier beperkt tot “door omstandigheden”.

Opvallend detail: een van de door Openbaarheidvanbestuur opgevraagde auditrapporten bekijkt de communicatiestrategie binnen de Dienst Algemeen Regeringsbeleid. Dat is dezelfde dienst als die waaronder de Vlaamse beroepsinstantie ressorteert.

Overheden zijn niet altijd happig om inzage te verlenen over documenten in hun bezit. Dat mag ook blijken uit dit voorbeeld op federaal niveau, waar het Federale Geneesmiddelenagentschap weigert om documenten over te maken aan net die instantie die moet oordelen of een weigering tot vrijgave al dan niet terecht.

Gouverneur van Florida laat u mee zijn mails lezen.

 

De republikein en gouverneur van de Amerikaanse staat Florida Rick Scott heeft een opmerkelijk initiatief genomen. Iedereen die wil, kan inloggen op de Outlook-webmail van de gouverneur en 11 van zijn naaste medewerkers en zo gewoon mails meelezen. Scott wil op deze manier meer  openbaarheid van bestuur invoeren. Er zijn wel een aantal beperkingen. Zo kan je geen mails wissen of doorsturen, en je krijgt ook niet meteen alle mails te zien.

inlogscherm webmail gouverneur Florida
Probeer gerust zelf: gebruikersnaam: ‘sunburst’, wachtwoord ‘sunburst’

In de Verenigde Staten is het voor veel ambtenaren en regeringsleiders verboden om mails zomaar weg te gooien. Alle berichten die te maken hebben met bestuurszaken, moeten worden bijgehouden. Deels is dat om aansprakelijkheidsredenen bij geschillen, anderzijds dient het archief ook als manier om het bestuur te onderwerpen aan publieke controle. Door te zien wie welke mails stuurt, kan de burger mee onderzoeken of de overheid (hier de gouverneur) een gepaste reactie aan de berichten geeft. Het vrijgeven van mails geeft mogelijk ook inzage in het lobbywerk dat achter de schermen van een bestuurder vaak plaatsvindt.

Maar de toegang is niet absoluut. De toegang tot de mailbox is onderworpen aan strenge controle. Zo heb je sowieso alleen maar leesrechten, en dat enkel op opengestelde mappen. Je kan dus zelf geen mails wissen of doorsturen. Het e-mailadres van de verzender wordt geblokkeerd om privacyredenen. Daarnaast worden ook niet alle mails vrijgegeven. Sommige soorten informatie vallen onder een geheimhoudingsplicht – denk maar aan staatsveiligheidsredenen of het beschermen van bepaalde economische belangen.  Medewerkers kijken elk bericht na en beslissen dan of het publiek gemaakt wordt. In principe hebben ze daar een week de tijd voor. Wie de mailbox bekijkt, ziet echter dat vele mails al na enkele uren online komen.

In België is een dergelijke actie vooralsnog ondenkbaar. Sowieso is er al een probleem met de archivering. In principe zijn overheden verplicht mails en andere documenten te bewaren, maar in de praktijk zijn er nauwelijks praktisch uitgewerkte concepten om aan efficiënte archivering te doen. Veel overheden wissen dus mails, die de burger nochtans inzicht kan geven in het al dan niet deugdelijk bestuur dat die overheid levert. Daarnaast geldt in ons land ook de uitzondering wat betreft openbaarheid van documenten in verband met de besluitvorming. In ons land mag een overheid vrij gemakkelijk weigeren zulke mails vrij te geven.

Opinie: ‘Meer openheid zorgt voor minder Keizers van Oostende’

Zelf heb ik de Keizer van Oostende nog niet gelezen, en kan ik er dus moeilijk uitspraken over doen. Wat ik er over hoor, is volgens de ene dat er veel insinuaties, opwerpingen en aantijgingen zijn. Volgens de andere is het een verhaal met een combinatie van feiten en vragen, die ethische kwesties oproepen over de concentratie van veel macht bij één persoon, door cumulatie of snelle opvolging van uiteenlopende mandaten.

Een groot twistpunt in de discussie of het over eerlijke en integere onderzoeksjournalistiek ging, betrof de vraag of alle elementen feitelijk gestaafd werden, met getuigenissen of bewijsstukken. Heeft Johan Vande Lanotte beslissingen genomen in het voordeel van instanties, groeperingen of clubs die hem zelf na aan het hart lagen? Een smoking gun werd daarbij nooit gevonden, geven ook de auteurs toe.

Nochtans is een oplossing mogelijk. Ondermeer in Nederland en een aantal Scandinavische landen kan je als burger documenten of informatie bij je bestuur opvragen over de werking van die overheid. Dat principe heet ‘openbaarheid van bestuur‘ en komt er veelal op neer dat een burger inzage krijgt in alle rapporten, dossiers, video- of geluidsbestanden, mails of zelfs sms’en van een minister, als die burger daar om vraagt. In Groot-Brittanië moeten zelfs mails verstuurd via een privémailadres worden geopenbaard, als ze bestuurszaken betreffen. Uitzonderingen op de openbaarheid zijn vaak mogelijk, vaak om privacy van derden of ook de staatsveiligheid te beschermen.

Nu, België heeft ook zo’n regeling (uitgewerkt in Artikel 32 van de Grondwet, en 13 andere decreten, ordonnanties of wetten), maar daar is één groot probleem mee. In tegenstelling tot andere landen en zelfs de Europese Unie sluit ze per definitie openbaarheid van documenten uit die gaan over de besluitvorming. Dat betekent dat je wel documenten kan opvragen die gaan over de uitvoering van een beleidsbeslissing, maar niet over hoe die beslissing tot stand is gekomen.

Praktisch: je kan dus wel opvragen hoe vergunningen aan windmolenparken werden toegekend, maar niet hoe de wet tot stand kwam die dat vergunningbeleid regelt. Een ander voorbeeld: je kan wel nagaan of grote biomassacentrales wettig voor miljoenen euro’s aan groenestroomcertificaten ontvangen. Je kan in België niet nagaan hoe beslist is over welke soort groene stroom hoeveel subsidie ontvangt.

Dat is an sich niet problematisch, wanneer politici in eer en geweten beslissingen nemen in het belang van de hele bevolking. (Ze moeten nu zelfs hun wetsvoorstellen bovendien tot op een zeker niveau motiveren.) Maar het gevaar bij deze geslotenheid bestaat dat achter de schermen dingen gebeuren die je als burger niet gemakkelijk te weten komt. Welke lobbygroepen komen regelmatig bij de minister langs om hun zaak te bepleiten. Welke linken heeft een politicus met het bedrijfsleven, sportclubs of andere organisaties, en welke vragen of eisen hebben zij voor de politicus in kwestie. Centrale vraag: wat is de invloed van allerlei groepen en personen op de besluitvorming, die wel eens in het voordeel van de ene of de andere kan uitdraaien, de good old vriendjespolitiek.

Mocht België de moed hebben de wetgeving over openbaarheid te verruimen, dan staat de burger sterker in zijn controle van zijn overheid. Als de burger zicht krijgt op wat achter de schermen plaatsvindt, dan kan de burger bij de volgende stembusgang oordelen of die politicus integer bestuurd heeft, en nog een nieuwe kans moet krijgen. Enkel die extra openbaarheid garandeert een volwaardige democratische controle op het gehele beleidsproces.

Dat is echter niet evident. Ons land heeft een sterke debatcultuur achter gesloten deuren. Overleg tussen de overheid en bijvoorbeeld vakbonden is er op dit moment enkel bij gratie van een zekere discretie. Regeerakkoorden bevatten wel de maatregelen waartoe aanstaande regeringspartners zich verbinden, maar vermelden niets over andere tegemoetkomingen en ruilhandel tussen politieke partijen. Misschien dat het openbaren van die extra afspraken tot verontwaardiging zou leiden bij de burger van nu. Verontwaardiging die mij onterecht lijkt. Inherent aan onderhandelen is dat je soms moet toegeven, en de burger weet dat. Mochten politici op dit vlak opener zijn, dan zou dat mogelijk minstens (de schijn van) achterkamer- of vriendjespolitiek kunnen verminderen, en kunnen leiden tot een meer integer bestuur, zowel door politici in het algemeen, als voor politici als Johan Vande Lanotte, waar veel macht bij één persoon geconcentreerd zit.

Heel concreet denk ik ook nog aan volgende extra maatregel: Op dit moment moeten politici verplicht de mandaten opgeven die ze het afgelopen jaar uitvoerden in bedrijven, organisaties en instellingen. Is het niet tijd dat politici, kabinetards en topambtenaren dat jaarlijks doen voor de laatste vijf jaar. Zo is een duidelijke chronologie mogelijk, waardoor mogelijke belangenconflicten beter beheerd kunnen worden, en eventueel afgestraft door de bevolking.

Auteur: Christoph Meeussen

Groen! wil aanpassing van de openbaarheidswetgeving door Oosterweeldossier

De Morgen meldt dat de Vlaamse partij Groen! de bestaande openbaarheidswetgeving wil aanpassen. De ecologische partij wil ervoor zorgen dat het beroepsgeheim van advocaten niet meer kan gebruikt worden als absolute weigeringsgrond om bepaalde documenten niet openbaar te maken. Het betreft hier juridische adviezen in verband met het Oosterweeldossier die zijn opgemaakt door advocatenkantoor Stibbe, en die werden opgevraagd bij de Vlaamse Regering door het burgercollectief StRaten-Generaal in het kader van openbaarheidswetgeving. Die wet voorziet een uitzondering voor documenten die onder het beroepsgeheim vallen. Vlaanderen beroept zich op die regel om de adviezen niet vrij te geven.

Ontslagnemend minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom vindt dat alvast niet kunnen. Op een vraag van Justitiespecialist Stefaan Van Hecke (Groen!) antwoordde ze dat het volgens haar niet mogelijk zou mogen zijn om adviezen te onttrekken aan de openbaarheid, zelfs als die opgesteld zijn door een advocaat. Van Hecke zelf werkt aan een voorstel om van het beroepsgeheim een relatieve weigeringsgrond te maken. Dat wil zeggen: wanneer de eisende partij een belang kan aantonen dat groter is dan dat van het beroepsgeheim, dan moet er toch tot openbaarmaking worden overgegaan.

Volgens Van Hecke is dat belangrijk. In De Morgen stelt hij: “Als het beroepsgeheim de wet op de openbaarheid kan overvleugelen, dan zal de regering voor alle mogelijke delicate dossiers een beroep doen op een advocatenkantoor, zodat ze die dossiers niet openbaar moet maken.” Als die weigeringsgrond relatief wordt, zal de Vlaamse regering telkens een afweging moeten opmaken en een eventuele weigering omstandig moeten motiveren.

bron: De Morgen, 31 augustus 2011

Lokale afdelingen van (Jong) N-VA eisen transparanter bestuur

De Jong N-VA in Aalst en N-VA Lokeren willen meer actieve openbaarheid in hun gemeenten.
In Aalst ziet men graag de notulen van de gemeenteraadscommissies online staan, zodat er inzage is zonder dat daar eerst naar gevraagd moet worden. Burgemeester Ilse Uyttersprot zegt dat de gemeente aan een systeem werkt, maar dat het nog niet raadpleegbaar is door burgers.
In Lokeren moet het precieze tijdstip van OCMW-vergaderingen online worden geplaatst, vindt de N-VA. Die vergaderingen zijn openbaar en de partij wil dat het stadsbestuur daar dan ook open over is. Nu ontbreekt vaak nog het uur waarop de vergadering van start gaat.

(bron: Het Laatste Nieuws – 20 en 21 juni 2011)