De selectieve openbaarheid van Joke Schauvliege

De kunstensector stond zaterdag 2 juni in rep en roer. Vlaams Minister van Cultuur Joke Schauvliege had plots alle adviezen online gezet die de verschillende commissies uitschreven voor de beoordeling van subsidiedossiers. Dat gebeurde nog nooit eerder en meteen kreeg de minister de wind van voren. Mevrouw Schauvliege zelf ziet er geen graten in en spreekt van openbaarheid van bestuur.

Yamila Idrissi (sp.a) bond de kat de bel aan. Aan VRT Nieuws laat ze weten dat ze totaal verrast is over deze nieuwe manier van werken. Ze vreest dat het openbaar maken de ongerustheid en het wantrouwen in de sector zal aanwakkeren. De minister zelf liet verstaan dat ze met het vrijgeven van de documenten net het gelobby van de sector op de politiek een halt wil toeroepen. Ze vind het belangrijk dat iedereen vooraf de documenten kon inzien, zodat iedereen kan zien dat het toekennen eerlijk verloopt. Verder wilde de minister daar vandaag niet verder op ingaan.

We hebben hier te maken met een (zeldzame) vorm van openbaarheid van de besluitvorming. In ons land is er geen wet die dat verplicht. Wel kan een burger normaliter elk document bij een overheid opvragen (dus ook deze adviezen). Echter, – en dit mag de nodige nadruk krijgen – het feit dat de documenten net dienen ter voorbereiding van het beleid, is voor de overheid een wettige reden om die toegang te weigeren (zie artikel 13, punt 3) . De wet voorziet maar in een heel beperkt aantal redenen om de toegang tot bestuursdocumenten te kunnen weigeren.

Dat Schauvliege deze besluitvormingsdocumenten dus al online zet omwille van de openbaarheid doet vragen oproepen. Zeker in het licht van de slechte track record van de Vlaamse regering. Zo was er – gisteren nog- weinig begrip voor de beslissing van Schauvliege om het omstreden project UPlace een milieuvergunning te geven. Volgens sommigen een zaak die draait op achterkamerpolitiek en belangenvermening. Ook het dossier van de Oosterweelverbinding blijft nazinderen. Actiegroepen probeerden onderzoeken en documenten op te vragen, maar botsten op een onwillige administratie, die de toegang bovendien weigerde omdat de documenten onder het advocatenberoepsgeheim zou vallen. De meest gecontesteerde zaak is wellicht die van de rapporten van de Inspectie van Financiën. Vroeger kregen parlementsleden deze standaard bij de wetgevende dossiers bij, maar nu moeten de parlementsleden ingewikkelde procedures volgen. Ze klagen bijgevolg over een bemoeilijkte controlefunctie.

Misschien hebben we hier effectief te maken met een eerste stap richting openbaarheid van politieke besluitvorming, maar sommigen zullen eerder heil blijven zien in de theorie die bij De Morgen wordt aangehaald, die zegt dat de hele affaire een afleidingsmanoeuvre was voor de heisa rond Uplace.

Opinie: ‘Meer openheid zorgt voor minder Keizers van Oostende’

Zelf heb ik de Keizer van Oostende nog niet gelezen, en kan ik er dus moeilijk uitspraken over doen. Wat ik er over hoor, is volgens de ene dat er veel insinuaties, opwerpingen en aantijgingen zijn. Volgens de andere is het een verhaal met een combinatie van feiten en vragen, die ethische kwesties oproepen over de concentratie van veel macht bij één persoon, door cumulatie of snelle opvolging van uiteenlopende mandaten.

Een groot twistpunt in de discussie of het over eerlijke en integere onderzoeksjournalistiek ging, betrof de vraag of alle elementen feitelijk gestaafd werden, met getuigenissen of bewijsstukken. Heeft Johan Vande Lanotte beslissingen genomen in het voordeel van instanties, groeperingen of clubs die hem zelf na aan het hart lagen? Een smoking gun werd daarbij nooit gevonden, geven ook de auteurs toe.

Nochtans is een oplossing mogelijk. Ondermeer in Nederland en een aantal Scandinavische landen kan je als burger documenten of informatie bij je bestuur opvragen over de werking van die overheid. Dat principe heet ‘openbaarheid van bestuur‘ en komt er veelal op neer dat een burger inzage krijgt in alle rapporten, dossiers, video- of geluidsbestanden, mails of zelfs sms’en van een minister, als die burger daar om vraagt. In Groot-Brittanië moeten zelfs mails verstuurd via een privémailadres worden geopenbaard, als ze bestuurszaken betreffen. Uitzonderingen op de openbaarheid zijn vaak mogelijk, vaak om privacy van derden of ook de staatsveiligheid te beschermen.

Nu, België heeft ook zo’n regeling (uitgewerkt in Artikel 32 van de Grondwet, en 13 andere decreten, ordonnanties of wetten), maar daar is één groot probleem mee. In tegenstelling tot andere landen en zelfs de Europese Unie sluit ze per definitie openbaarheid van documenten uit die gaan over de besluitvorming. Dat betekent dat je wel documenten kan opvragen die gaan over de uitvoering van een beleidsbeslissing, maar niet over hoe die beslissing tot stand is gekomen.

Praktisch: je kan dus wel opvragen hoe vergunningen aan windmolenparken werden toegekend, maar niet hoe de wet tot stand kwam die dat vergunningbeleid regelt. Een ander voorbeeld: je kan wel nagaan of grote biomassacentrales wettig voor miljoenen euro’s aan groenestroomcertificaten ontvangen. Je kan in België niet nagaan hoe beslist is over welke soort groene stroom hoeveel subsidie ontvangt.

Dat is an sich niet problematisch, wanneer politici in eer en geweten beslissingen nemen in het belang van de hele bevolking. (Ze moeten nu zelfs hun wetsvoorstellen bovendien tot op een zeker niveau motiveren.) Maar het gevaar bij deze geslotenheid bestaat dat achter de schermen dingen gebeuren die je als burger niet gemakkelijk te weten komt. Welke lobbygroepen komen regelmatig bij de minister langs om hun zaak te bepleiten. Welke linken heeft een politicus met het bedrijfsleven, sportclubs of andere organisaties, en welke vragen of eisen hebben zij voor de politicus in kwestie. Centrale vraag: wat is de invloed van allerlei groepen en personen op de besluitvorming, die wel eens in het voordeel van de ene of de andere kan uitdraaien, de good old vriendjespolitiek.

Mocht België de moed hebben de wetgeving over openbaarheid te verruimen, dan staat de burger sterker in zijn controle van zijn overheid. Als de burger zicht krijgt op wat achter de schermen plaatsvindt, dan kan de burger bij de volgende stembusgang oordelen of die politicus integer bestuurd heeft, en nog een nieuwe kans moet krijgen. Enkel die extra openbaarheid garandeert een volwaardige democratische controle op het gehele beleidsproces.

Dat is echter niet evident. Ons land heeft een sterke debatcultuur achter gesloten deuren. Overleg tussen de overheid en bijvoorbeeld vakbonden is er op dit moment enkel bij gratie van een zekere discretie. Regeerakkoorden bevatten wel de maatregelen waartoe aanstaande regeringspartners zich verbinden, maar vermelden niets over andere tegemoetkomingen en ruilhandel tussen politieke partijen. Misschien dat het openbaren van die extra afspraken tot verontwaardiging zou leiden bij de burger van nu. Verontwaardiging die mij onterecht lijkt. Inherent aan onderhandelen is dat je soms moet toegeven, en de burger weet dat. Mochten politici op dit vlak opener zijn, dan zou dat mogelijk minstens (de schijn van) achterkamer- of vriendjespolitiek kunnen verminderen, en kunnen leiden tot een meer integer bestuur, zowel door politici in het algemeen, als voor politici als Johan Vande Lanotte, waar veel macht bij één persoon geconcentreerd zit.

Heel concreet denk ik ook nog aan volgende extra maatregel: Op dit moment moeten politici verplicht de mandaten opgeven die ze het afgelopen jaar uitvoerden in bedrijven, organisaties en instellingen. Is het niet tijd dat politici, kabinetards en topambtenaren dat jaarlijks doen voor de laatste vijf jaar. Zo is een duidelijke chronologie mogelijk, waardoor mogelijke belangenconflicten beter beheerd kunnen worden, en eventueel afgestraft door de bevolking.

Auteur: Christoph Meeussen

Vlaams Parlementslid toch topverdiener als rekening wordt gehouden met inwoneraantal

De Vlaamse regering liet recent bij Ernst & Young een studie maken waarbij het loon en andere voordelen van Vlaamse Parlementsleden onder de loep werden genomen. Daarbij werd geconcludeerd dat de Vlaamse parlementsleden niet per se slecht verdienen, maar ook niet meteen erg goed. De voorzitter (Jan Peumans) verdiende wel bovengemiddeld goed.

De onderzoekers van Ernst & Young voerden aan dat de vergelijking werd gemaakt met mensen met dezelfde functie en identieke verantwoordelijkheden. Vreemd daarbij is dat er steeds werd vergeleken met parlementsleden van het hoogste, federale niveau van de vergeleken landen, zoals de Bundestag in Duitsland of het Scottish Parliament.

Uiteraard zijn er verschillen in de verantwoordelijkheden die verschillende niveaus in andere landen hebben. Zelf weet ik bitter weinig van de mate waarin de desbetreffende landen al dan niet gedefederaliseerd zijn, maar vind ik het interessant dat de studie geen rekening houdt met het aantal inwoners. Een bestuursniveau heeft misschien minder bevoegdheden, maar moet die soms wel over ettelijke miljoenen mensen méér uitoefenen.

Daarom maakte ik de oefening. Ik herberekende het loon van de ambtsgenoten uit de verschillende landen, alsof ook zij 6,23 miljoen inwoners bestuurden.

Hier vindt u het resultaat.

[googleapps domain=”docs” dir=”spreadsheet/pub” query=”key=0Aj3lKdavWUtTdEx5MlgxR01Kc3JoYXVWTHJLU2l5eVE&single=true&gid=0&range=A1%3AL17&output=html” width=”1024″ height=”500″ /]

 

Wat blijkt? Als we niet kijken naar het aantal bestuurde burgers, dan geeft Vlaanderen haar parlementsleden inderdaad een gemiddeld loon. Houden we wél rekening met het aantal inwoners, dan kantelt het plaatje, en behoren Vlaamse parlementsleden tot de grootste kostwinners. Zowel voor wat het betreft het loon zonder levensduurte als voor het loon mét levensduurte stijgen we plaats 3, 4 of 5 naar plaats 2. Had voorzitter Jan Peumans het al vrij goed zonder te kijken naar het aantal Vlamingen, dan wordt hij zelfs absolute nummer 1, als wel met het inwoneraantal rekening wordt gehouden.

Ik besef dat de vergelijking voor een deel mank loopt, maar hopelijk geeft deze vergelijking op basis van het aantal inwoners toch een andere blik op de zaak. Ik neem in deze denkoefening de vergoedingen niet op, maar ik kan me alvast niet van de indruk ontdoen dat ook daar de Vlaamse Parlementsleden er beter uitkomen.

Europa geheimer vanaf 15 december?

Op 14 en 15 december vinden in het Europees Parlement in Straatsburg debatten plaats over nieuwe openbaarheidswetgeving. Het EP verzet zich tegen voorstellen van de Europese Commissie om de toegang strenger te maken en pleit zelfs voor meer transparantie. De burger zou wel minder toegang krijgen tot documenten.

Meer lezen

(bron: wobbing.eu)

FAVV overtreedt wet over openbaarheid na een klacht van twee Knackjournalisten

Controlerapport in Denemarken
Controlerapport in Denemarken

Het Federaal Agentschap voor de voedselveiligheid (FAVV) overtreedt de wet inzake de toegang tot milieu-informatie. Dat blijkt uit een recent verslag van de Federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie (FBM). Die moet naar aanleiding van een klacht inspectierapporten inkijken, maar het FAVV weigert deze over te maken.

Het weekblad Knack bracht op 29 juni het nieuws uit dat operatoren die voedsel behandelen (zoals restaurants, slagerszaken of grootwarenhuizen) in ons land gemiddeld één controle krijgen per drie jaar. Werknemers van het FAVV gaven toe dat ze te weinig mensen in dienst hebben en dat ze niet alle operatoren kunnen controleren. Nochtans zijn ze nodig, schrijft Knack, want in 2009 kende slechts 53 procent van de controles een gunstig resultaat. Het weekblad probeert intussen meer klaarheid te brengen. Ze vroeg eerder dit jaar via openbaarheidswetgeving inzage in de inspectierapporten. Iedere burger heeft immers recht op toegang tot documenten waarover een overheidsdienst beschikt. Het FAVV weigerde om drie redenen. Ze vreest voor een schending van de privacy van de uitbaters en een schending van het onderzoeksgeheim. De openbaarmaking zou bovendien onredelijk veel werk met zich meebrengen, ondermeer door alle eigennamen te moeten schrappen.

In Denemarken vinden ze dat net wel kunnen. Daar krijgt iedereen minstens jaarlijks controle. Alle resultaten worden ook online gezet, zodat restaurantbezoekers of slagersklanten mee ‘in de keuken kunnen kijken’ en dus ook extra aangespoord zullen worden alle regels te volgen. Een onderzoek toonde aan dat 97 procent van de respondenten tevreden was met een kwalificatiesysteem – in Denemarken met smileys. 6 op de 10 gaven aan al elders gegeten te hebben na het zien van een negatieve beoordeling. Wat de privacy betreft: enkel het bedrijf wordt genoemd, niet de zaakvoerder. Ter vergelijking, in Denemarken kreeg de helft van alle zaken de beste beoordeling. De hygiëne ging er sinds de invoering van het controlesysteem op vooruit, prijkt op de website, al is niet meteen duidelijk of dat door het systeem komt.

Omdat het FAVV weigert de inspectierapporten openbaar te maken, stapten de Knackjournalisten naar twee commissies die waken over de openbaarheidswetgeving. Die gaan na of documenten (zoals de inspectieverslagen) al dan niet onterecht worden achtergehouden. Eerst klopten ze aan bij de Commissie Toegang tot bestuursdocumenten (CTB). Die moest de klacht door formele fouten onontvankelijk verklaren. Ze gaf al wel aan dat sommige informatie vermoedelijk als milieu-informatie moest worden opgevat.

Pukkelpop: tussen noodlot en voorzienigheid

Op Pukkelpop 2011 stonden mijn vrienden en ik een metertje of twee buiten de Dancehalltent toen het begon te stormen. Zoals duizenden anderen vluchtten we de tent in. Na een paar minuten hevige storm sloeg plots een muur van water en wind de tent in. Die begon zo hevig te schudden dat ze naar beneden leek te gaan komen, of op zijn minst de verlichting en discobollen. Naar buiten dan maar? Door de enorme hagel twijfelde ik: hoeveel meter kan ik veilig binnen blijven staan, als ik toch nog snel naar buiten moet lopen. De aluminium balken bogen intussen hevig door, het dak danste zo vervaarlijk dat er geen ‘veilig’ meer mogelijk leek, en dus besloot ik om buiten te schuilen. Ook vele anderen liepen op dat moment naar buiten, maar tegen deze paniekerige stroom mensen in kwamen anderen aangelopen die onderdak zochten, toen de overkapping naast de Dancehall instortte (de plek waar een koppeltje stierf). De sfeer was uiterst paniekerig.

Wat nazindert, is dat op geen enkel moment de bezoeker gewaarschuwd werd uit te kijken voor gevaarlijke situaties. Nergens werd opgeroepen om kalm te blijven of de tent te verlaten. Op online filmpjes, gemaakt met gsm, merk ik achteraf dat de toen optredende artiest, door zijn micro wel heeft opgeroepen om de tent te verlaten. Dat was echter totaal niet hoorbaar in het stormlawaai en het paniekgeschreeuw van het publiek. Een kwartiertje later was het oog van de storm voorbij, maar volgde de ontnuchtering. We zien een jongeman 20 minuten lang verzorgd en beademd worden. Vrienden kijken wezenloos en huilend toe. De hulpverlening is meteen en met voldoende mensen aanwezig. De nooduitgangen zijn meteen geopend. Het paniekgevoel gaat stilaan liggen.

Je loopt over het terrein, op zoek naar een grote uitgang naar de straat. Ondertussen zie je de grote ravage. Omgevallen bomen, grote afgewaaide takken, een tent die volledig plat ligt. De moed zakt ons in de schoenen. Bellen en sms’en lukt niet. Internet werkt soms en al snel merk ik berichten op over een NOS-journalist en diens uitspraken (“Op z’n Belgisch”). Op dat moment is dat ongelooflijk confronterend en schokkend. Dat was toch niet te voorzien. Tienduizenden mensen op de verkeerde plek op het verkeerde tijdstip, puur toeval. Dikke pech.

Maar toch. Hoewel de hulpverlening achteraf piekfijn was, vraag ik me sindsdien constant af: is er voldoende geanticipeerd? Welke middelen heeft de organisatie in handen om haar tienduizenden bezoekers te waarschuwen en veilig te houden? Had zij meer kunnen doen, door bijvoorbeeld op de grote tv-schermen een waarschuwing te tonen en op te roepen de tenten te verlaten en op het terrein zelf te blijven? Had zij kunnen oproepen door de microfoons? Zijn daar überhaupt scenario’s hiervoor voorzien, in de (verplichte en meestal erg lijvige) noodplannen van het festival. Is daar voldoende gebruik van gemaakt?

Read more

Groen! wil aanpassing van de openbaarheidswetgeving door Oosterweeldossier

De Morgen meldt dat de Vlaamse partij Groen! de bestaande openbaarheidswetgeving wil aanpassen. De ecologische partij wil ervoor zorgen dat het beroepsgeheim van advocaten niet meer kan gebruikt worden als absolute weigeringsgrond om bepaalde documenten niet openbaar te maken. Het betreft hier juridische adviezen in verband met het Oosterweeldossier die zijn opgemaakt door advocatenkantoor Stibbe, en die werden opgevraagd bij de Vlaamse Regering door het burgercollectief StRaten-Generaal in het kader van openbaarheidswetgeving. Die wet voorziet een uitzondering voor documenten die onder het beroepsgeheim vallen. Vlaanderen beroept zich op die regel om de adviezen niet vrij te geven.

Ontslagnemend minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom vindt dat alvast niet kunnen. Op een vraag van Justitiespecialist Stefaan Van Hecke (Groen!) antwoordde ze dat het volgens haar niet mogelijk zou mogen zijn om adviezen te onttrekken aan de openbaarheid, zelfs als die opgesteld zijn door een advocaat. Van Hecke zelf werkt aan een voorstel om van het beroepsgeheim een relatieve weigeringsgrond te maken. Dat wil zeggen: wanneer de eisende partij een belang kan aantonen dat groter is dan dat van het beroepsgeheim, dan moet er toch tot openbaarmaking worden overgegaan.

Volgens Van Hecke is dat belangrijk. In De Morgen stelt hij: “Als het beroepsgeheim de wet op de openbaarheid kan overvleugelen, dan zal de regering voor alle mogelijke delicate dossiers een beroep doen op een advocatenkantoor, zodat ze die dossiers niet openbaar moet maken.” Als die weigeringsgrond relatief wordt, zal de Vlaamse regering telkens een afweging moeten opmaken en een eventuele weigering omstandig moeten motiveren.

bron: De Morgen, 31 augustus 2011

Raad van de Europese Unie vecht beslissing over onderhandelingstransparantie lidstaten aan

De Raad van de Europese Unie vecht een beslissing aan van het Europese Hof van Justitie aan over het weglaten van namen uit bestuursdocumenten. Dat valt te lezen op de website van Access-info, een organisatie die meer bestuurlijke transparantie wil. Ze had een zaak aangespannen om de onderhandelingsposities te weten te komen van de verschillende EU-lidstaten op het vlak van onderhandelingen om tot bepaalde wetgeving te komen. Tot nu toe werden de landnamen uit de documenten weggestreept, maar het Europese Hof van Justitie oordeelde in maart 2011 dat dat onwettig was. Volgens het hof hebben burgers recht op alle relevante details, zodat ze hun democratische rechten kunnen uitoefenen.

Met die uitspraak is de Raad van de Europese Unie het dus niet eens. Ze krijgen daarbij de steun van ondermeer Griekenland en het Verenigd Koninkrijk. De organisatie vreest ook dat andere landen zich eveneens zullen aansluiten en roept haar lezers op tot actie. Details zijn te vinden op: Stop Fighting EU Transparency.

 

 

Lokale afdelingen van (Jong) N-VA eisen transparanter bestuur

De Jong N-VA in Aalst en N-VA Lokeren willen meer actieve openbaarheid in hun gemeenten.
In Aalst ziet men graag de notulen van de gemeenteraadscommissies online staan, zodat er inzage is zonder dat daar eerst naar gevraagd moet worden. Burgemeester Ilse Uyttersprot zegt dat de gemeente aan een systeem werkt, maar dat het nog niet raadpleegbaar is door burgers.
In Lokeren moet het precieze tijdstip van OCMW-vergaderingen online worden geplaatst, vindt de N-VA. Die vergaderingen zijn openbaar en de partij wil dat het stadsbestuur daar dan ook open over is. Nu ontbreekt vaak nog het uur waarop de vergadering van start gaat.

(bron: Het Laatste Nieuws – 20 en 21 juni 2011)

FAVV weigert openbaarmaking inspectieverslagen

Het weekblad Knack is thuisgekomen van een kale reis met haar pogingen om inzage te krijgen in de rapporten die het Federaal Agentschap opmaakte, naar aanleiding van haar controles op horecazaken in verband met voedselveiligheid. Ondermeer door de kennelijk onredelijk grote berg werk en problemen met de privacy weigert het FAVV de verslagen vrij te geven.

Volgens woordvoerder van het FAVV Lieve Busschots zijn er ook nog geen concrete plannen om de toegang in de toekomst wel te vergemakkelijken.