Woordvoerders en openbaarheid, een anekdote

[09:51]

    • Ik: Hallo, gisterenavond heeft uw kabinet een exemplaar gekregen van het verbeterplan voor Technopolis. Mag ik als journalist een kopietje?
    • Woordvoerder: We gaan dat niet doen. Dat is nog geen openbaar stuk. De raad van bestuur heeft ons dat bezorgd. We gaan dat nu op ons gemak lezen en bekijken, en eerst en vooral de raad van bestuur zelf een antwoord geven. Dan zien we wel hoe we er verder mee omgaan. Op dit moment is het geen stuk dat naar de pers zal verspreid worden.
    • Ik: Op welke gronden kan u dat niet vrijgeven?
    • Woordvoerder: Dat is geen bestuursstuk.
    • Ik: Het is gisteren toch bezorgd aan uw kabinet?
    • Woordvoerder: Ja.
    • Ik: Dan is het toch een bestuursdocument?
    • Woordvoerder: Nee, da’s geen document van de regering.
    • Ik: Dat doet er toch niet toe?
    • Woordvoerder: Toch wel?
    • Ik: Zo staat het niet in het decreet. Elk document in het bezit van een overheid is een bestuursdocument.
    • Woordvoerder: Elk goedgekeurd en afgeklopt document wellicht?
    • Ik: Nee.
    • Woordvoerder: Dan moet u maar via de Commissie Openbaarheid van Bestuur gaan, maar op dit moment gaan we dat niet vrijgeven.
    • Ik: Oké. Bedankt.
    • Woordvoerder: Tot later.

[09:53]

CASE – Het federaal noodplan om black-outs te vermijden

WOB-verzoek over het noodplan voor energie
WOB-verzoek over het noodplan voor elektriciteit

Door het uitvallen van de wellicht gesaboteerde kerncentrale Doel 4 wordt het noodplan van de federale overheid om een totale black-out te vermijden door geselecteerde gebieden snel tijdelijk uit te schakelen. Het noodplan zelf staat nergens online, al zijn er heel wat vragen. Doorlichter.be vroeg maandag de documenten op. [UPDATE:] De FOD Economie en Binnenlandse Zaken laten maandagmiddag weten de vraag te bekijken. De tweede FOD verlengt meteen de beslissingstermijn van 30 naar 45 dagen, onder meer “door de zomervakantie”.

Het noodplan van Melchior Wathelet, de voormalige staatssecretaris bevoegd voor Energie is al even klaar, maar dit weekend bleek dat heel wat gemeenten zeggen er helemaal geen idee van te hebben of zij vooraan staan om door de staatssecretaris afgeschakeld te worden van het elektriciteitsnet bij een dreigend stroomtekort. De Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten heeft intussen expliciet gevraagd dat haar leden intussen geïnformeerd worden, iets dat volgens het Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken “in de loop van september” zou gebeuren.

Een verzoek om transparantie van de overheid, dus. En eentje met een zekere hoogdringendheid. Nu de kans op stroomtekorten volgens hoogspanningsnetbeheerder Elia “vanaf eind oktober, begin november” groter gaat zijn door het uitvallen van kernreactor Doel 4, willen steden en gemeenten zich adequaat kunnen voorbereiden, voor hun eigen werkzaamheden of voor de bescherming van inwoners, bijvoorbeeld in rusthuizen.

Vraag is waarom er mogelijk nog tot anderhalve maand nodig is vanuit Binnenlandse Zaken om de gemeenten over hun brown-outrisico (het afschakelen van een regio) te informeren, zeker als er al lang een eerste versie klaar is. Hoe langer men wacht, des te minder tijd er is om adequate maatregelen uit te werken, zoals de bevolking informeren over hoe het stroomverbruik aan te passen, het  (samen goedkoper) aankopen van noodstroomgeneratoren, enzovoort. Er wordt momenteel nog wel aan een update gewerkt, maar gemeenten en steden, en mogelijk ook burgers en bedrijven, willen zich kunnen wapenen.

Doorlichter.be vroeg op basis van openbaarheidswetgeving vandaag (18/08/2014) alvast per mail (zie afbeelding) het bestaande noodplan op, zodat de bevolking, bedrijven, maar ook de bestuurslagen te weten kunnen komen of het risico op afschakelen er is of groot is. Als het plan is bijgewerkt, kan ook gekeken worden welke de veranderingen zijn en waarom deze gebeurden.

UPDATE:

Om 14.57 uur laat Alain Lefevre, directeur-generaal ad interim van de FOD Binnenlandse Zaken, weten de vraag goed ontvangen te hebben. Tegelijkertijd klinkt het dat de analyse van de vraag van doorlichter.be lang kan duren:

“Gezien de tijd die nodig is voor de analyse van uw vraag aangaande de uitzonderingsgronden voorzien door de wet […] en de huidige zomervakantieperiode is de huidige beslissingstermijn op 45 dagen geplaatst, conform artikel 22 § 3 van de eerder geciteerde wet.”

NOODPLAN2
Antwoord van het plaatsvervangend hoofd van de FOD Binnenlandse Zaken

De wet voorziet inderdaad in de mogelijkheid om de beslissingstermijn van 30 naar 45 dagen te verlengen. Mocht de instantie niet ingaan op het verzoek, dan kan nog een beroepsprocedure opgestart worden die ook meer dan een maand aan tijd in beslag kan nemen.

Ook de FOD Economie laat intussen weten de vraag te bestuderen. Zij vragen alvast geen verlenging van de termijnen.

Doorlichter.be zal dit artikel aanvullen als het verder antwoord of uitleg krijgt van de bevraagde instanties.

Moest het FAVV zwijgen over het paardenvleesschandaal?

Het persbericht van het FAVV. Let op de titel, mogelijk een zeldzaam voorbeeld van de 'non self fullfilling prophecy'
Het persbericht van het FAVV. Let op de titel, mogelijk een zeldzaam voorbeeld van de ‘non self fullfilling prophecy’

Snel na het uitbreken van het paardenvleesschandaal bleek dat ook in ons land verdachte zaken werden opgemerkt. Het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid wist al in 2011 van problemen met ons paardenvlees. Meteen was er verontwaardiging dat dit niet aan het publiek werd gemeld. Maar het FAVV stelde snel dat zij zich aan het geheim van het onderzoek moesten houden. De vraag is echter: is dat wel het geval? Wie een blik werpt op onze milieuwetgeving doet kan alvast vermoeden van niet.

Op 16 februari brak in Groot-Brittanië en Ierland het paardenvleesschandaal uit. Hamburgers in discountketens bevatten paardenvlees, terwijl dat niet op het etiket vermeld stond. Vanaf die dag is het paardenvleesschandaal zich alleen maar beginnen uitbreiden. Op zich is er – als dat op de verpakking van het voedsel vermeld wordt – niets mis met paardenvlees, maar op 19 februari meldde het weekblad Moustique dat er mogelijk ook problemen waren in ons land, en dat het FAVV en het Belgische gerecht al in 2011 van de feiten wisten. Daarop kwamen meteen verontwaardigde reacties, onder meer van Groen-Kamerlid Wouter De Vriendt. Het voedselagentschap haastte zich een dag later met te zeggen dat zij niets over lopende onderzoeken mag zeggen:

Momenteel worden drie grote zaken onderzocht door de parketten van Neufchâteau, Dendermonde en Antwerpen en, conform de geheimhouding van het onderzoek, kan het FAVV hierover niet communiceren. Het gaat in wezen om de vervalsing van paspoorten. De door een weekblad bekendgemaakte informatie dat de vastgestelde administratieve fraude een risico zou inhouden voor de gezondheid van de consumenten en zieke paarden in België in de voedselketen zijn terechtgekomen is totaal onjuist.

Het is voorlopig onduidelijk of er effectief een gezondheidsrisico is geweest, of dat dat onze voedselketen vervuild is geraakt. Mocht dat zo zijn, dan heeft dat wel belangrijke implicaties voor het FAVV. In een federale wet die de toegang tot milieu-informatie regelt, staat het volgende te lezen:

Daarin staat klaar en duidelijk het volgende te lezen:

  Art. 15. [De milieu-instanties zorgen] ervoor dat in geval van een bedreiging van de gezondheid van de mens of het milieu, hetzij veroorzaakt door menselijke activiteiten hetzij ten gevolge van natuurlijke oorzaken, alle informatie waarover zij beschikken en die de bevolking die waarschijnlijk zal worden getroffen in staat kan stellen maatregelen te nemen om de uit de bedreiging voortvloeiende schade te voorkomen of te beperken, onmiddellijk wordt verspreid.

Dat we te maken hebben met milieu-informatie, mag alvast blijken uit het eerste gedeelte van de wet:

milieu-informatie : elke informatie, ongeacht de drager en in welke materiele vorm ook, waarover een milieu-instantie beschikt, betreffende:
[…]
b) de toestand van de gezondheid en de veiligheid van de mens met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, […]

Niet alleen deze actieve vorm van openbaarheid lijkt van belang. Ook wanneer iemand om informatie vraagt, is het voedselagentschap wellicht verplicht de informatie vrij te geven – of er nu een onderzoek loopt of niet:

 Art. 27. § 1. Voor elke milieu-informatie die het voorwerp uitmaakt van een vraag tot openbaarmaking, gaat de milieu-instantie die de aanvraag ontvangst na of er uitzonderingen van toepassing zijn. Ze wijst de aanvraag af als het publiek belang van de openbaarmaking niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen :
[…]
4° de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten;

Wat hier staat is dat als het publiek belang groter is dan de bescherming van het gerechtelijk onderzoek, dan geldt de openbaarheid. Dergelijke belangenafwegingen zijn echter niet altijd eenvoudig te maken. Wanneer is het publiek belang groter dan de geheimhoudingsverplichting?

Ten slotte nog dit: Het FAVV heeft alvast niet de beste naam op het vlak van (passieve) openbaarheid. Zo weigerde het in 2011 documenten vrij te geven aan journalisten over de hygiëne in restaurants. Zelfs de Federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie – die net als taak heeft om te zien of een overheid niet de mist ingaat tegen openbaarheidswetgeving – krijgt van het FAVV geen van de betwiste documenten in handen. De beroepsinstantie was niet tevreden met de gang van zaken, zoals uit deze passage mag blijken:

Artikel 40 van de wet van 5 augustus 2006 verplicht de betrokken milieu-instantie bovendien om de Federale Beroepscommissie toegang te geven tot alle nuttige informatie, en geeft de Commissie de bevoegdheid om alle betrokken partijen en deskundigen te horen en om aanvullende inlichtingen te vragen aan de personeelsleden van de betrokken milieu-instantie. Het staat dus niet aan het FAVV om te oordelen of de aanvrager zich terecht op de wet van 5 augustus 2006 beroept, en zelfs niet om de toegang tot de betrokken informatie aan de Commissie te weigeren.

Voorlopig geen inzage in Vlaamse audits

Antwoordbrief van AGIOn
Het weigerende antwoord van schoolinfrastructuuragentschap AGIOn

Verschillende Vlaamse besturen weigeren om inzage te geven in audits over de werking van hun dienst, wanneer daarom wordt gevraagd. Een beroepsinstantie die de rechtmatigheid van die weigeringsbeslissingen moet onderzoeken kan “door omstandigheden” haar werk niet doen. Bij minstens vier overheden krijgt ze  de betwiste informatie niet binnen de voorziene 30 kalenderdagen verzameld, terwijl het telkens over slechts één document gaat.

In de maand januari vroeg Openbaarheidvanbestuur – deze website – bij onder meer het Agentschap voor Infrastructuur In het Onderwijs (AGIOn), en ook het departement Mobiliteit en Openbare Werken een aantal auditrapporten op. Als burger heb je het recht om die bestuurlijke documenten in te zien, zodat je kan meekijken of die overheid efficiënt tewerkgaat. Dat recht staat verankerd in de Grondwet (Art. 32), een aantal federale wetten, alsook het Vlaams decreet betreffende de openbaarheid van bestuur van 26 maart 2004.

Bij minstens vier overheden kreeg Openbaarheidvanbestuur een njet van de instantie. Daarbij wordt de “vertrouwelijkheid van auditprocessen” ingeroepen. Echter, wie het decreet er op naleest, alsook de Memorie van Toelichting erbij, ziet dat expliciet werd vermeld dat afgeronde audits wel opgevraagd kunnen worden, in tegenstelling tot lopende audits;

De vertrouwelijkheid omtrent de resultaten van de interne audits is evenwel niet langer vereist zodra de beleidsverantwoordelijken kennis hebben gekregen van deze resultaten. Natuurlijk is het mogelijk om op dat ogenblik eventueel andere uitzonderingsgronden , zoals voorzien in dit decreet,  in te roepen  om alsnog bepaalde documenten aan de openbaarheid te onttrekken. […]

De detailrapporten en de syntheserapporten die worden opgesteld door de entiteit Interne Audit bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap komen in aanmerking  voor openbaarmaking (na kennisgeving aan de beleidsverantwoordelijken) […].”

Openbaarheidvanbestuur tekende tegen deze mogelijk onterechte en illegale weigeringen beroep aan bij de Vlaamse beroepsinstantie. De bevraagde overheid is dan verplicht om aan de beroepsinstantie de betrokken documenten te bezorgen. De instantie kan dan – als een soort administratieve rechtbank – oordelen of de weigering tot openbaarmaking terecht was of niet. Die uitspraak moet binnen de 30 kalenderdagen plaatsvinden. 15 kalenderdagen later moet de overheid – indien dat zo werd uitgesproken – de documenten openbaar maken. Blijft de gevraagde overheid weigeren, dan kan de beroepsinstantie zelf tot openbaarmaking overgaan.

Dat is de ideale situatie. Maar soms gebeurt het dat de beroepsinstantie de documenten niet in handen krijgt. Zij hangt daarbij af van de goodwill van de betrokken overheid om die documenten aan haar over te maken. De beroepsinstantie heeft echter geen huiszoekingsbevoegdheid en kan het overmaken niet afdwingen, omdat er geen straf voorzien is in geval van een weigering. Op dat moment heb je een vreemde en illegale praktijk: een overheid die documenten vrijgeven weigert, kan niet gestraft worden als een soort administratief rechtscollege – zoals de beroepsinstantie – net wil kijken of de betrokken overheid juist handelt of niet.

In onze vier beroepsprocedures liet de Vlaamse beroepsinstantie weten dat de geplande termijn van 30 kalenderdagen om een uitspraak te doen niet gehaald kan worden. Bij de betrokken overheidsdiensten werd telkens echter slechts één auditrapport opgevraagd, zodat de vraag rijst bij wie het probleem juist zit.

“Door omstandigheden is het voor de beroepsinstantie onmogelijk om de nodige informatie te verzamelen binnen de termijn van dertig kalenderdagen. Slechts wanneer alle gevraagde informatie in het bezit is van de beroepsinstantie, kan deze met kennis van zaken een beslissing terzake treffen.” (mail van de Vlaamse beroepsinstantie, d.d. 14-02-2013)

Deze mededeling schept niet veel duidelijkheid. Het decreet voorziet volgens artikel 24 inderdaad een mogelijk uitstel van 15 kalenderdagen wanneer informatie niet tijdig verzameld kan worden, maar er moet wel een reden opgegeven worden. Deze blijft hier beperkt tot “door omstandigheden”.

Opvallend detail: een van de door Openbaarheidvanbestuur opgevraagde auditrapporten bekijkt de communicatiestrategie binnen de Dienst Algemeen Regeringsbeleid. Dat is dezelfde dienst als die waaronder de Vlaamse beroepsinstantie ressorteert.

Overheden zijn niet altijd happig om inzage te verlenen over documenten in hun bezit. Dat mag ook blijken uit dit voorbeeld op federaal niveau, waar het Federale Geneesmiddelenagentschap weigert om documenten over te maken aan net die instantie die moet oordelen of een weigering tot vrijgave al dan niet terecht.

FAGG moet PIP-documenten vrijgeven

Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproblemen moet documenten over PIP-implantaten vrijgeven. Ze weigerde dit eerst, maar een Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie oordeelde dat het FAGG er toch toe verplicht is.

Het FAGG zorgt in ons land voor de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid van geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Ze geeft onder meer vergunningen voor klinische onderzoeken of nieuwe geneesmiddelen. Een andere taak is het bewaken van bijwerkingen door geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Ze verzamelt meldingen, evalueert deze en onderneemt eventueel actie.

Het is op dit laatste vlak dat het FAGG bevraagd werd over documenten die ze in haar bezit heeft over PIP-implantaten. Deze website vroeg op 16 januari 2012 om een kopie van deze documenten. Omdat we geen antwoord kregen, tekenden we beroep aan tegen deze – impliciete – weigeringsbeslissing, bij de Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie. Deze oordeelde recent dat het FAGG de documenten waarover ze beschikt, moet vrijgeven.

Concreet gaat het over documenten van de firma PIP die betrekking hebben op een aantal meldingen van incidenten met deze medische hulpmiddelen. Deze documenten bevatten ondermeer de naam van de producent, het gebruikte hulpmiddel, alsook een omschrijving van het incident en de ondernomen acties. Het FAGG heeft nu twee weken de tijd om de gevraagde documenten vrij te geven.

Wat kunnen we met deze documenten? Dat is nog niet zeker. Met de opgevraagde documenten zouden we kunnen zien of het FAGG al op de hoogte was van problemen vooraleer het PIP-schandaal in maart 2010 losbarstte, en of het agentschap behoorlijk heeft gereageerd. We zouden deze vervolgens kunnen afzetten tegen de inspanning die minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx recent deed om 41 inspecteurs aan te stellen om implantaten beter te controleren.

De documenten werden opgevraagd op basis van de wetgeving rond openbaarheid van bestuur. Meer specifiek werd gebruik gemaakt van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang tot milieu-informatie. In dezelfde beroepsprocedure werd aan het FAGG ook om andere documenten aangaande PIP-informatie gevraagd, maar die vraag werd ongegrond verklaard, deels omdat het FAGG de documenten niet heeft, deels omdat ze niet bestaan.

Opvallend: het FAGG heeft geen documenten ter opvolging van de veiligheid van implantaten. Voor geneesmiddelen bestaat het systeem van de PSUR’s (periodic safety update report), maar implantaten kennen geen systematische opvolging voor wat betreft problemen.

Het is dus nog even wachten op de documenten zelf.

Gouverneur van Florida laat u mee zijn mails lezen.

 

De republikein en gouverneur van de Amerikaanse staat Florida Rick Scott heeft een opmerkelijk initiatief genomen. Iedereen die wil, kan inloggen op de Outlook-webmail van de gouverneur en 11 van zijn naaste medewerkers en zo gewoon mails meelezen. Scott wil op deze manier meer  openbaarheid van bestuur invoeren. Er zijn wel een aantal beperkingen. Zo kan je geen mails wissen of doorsturen, en je krijgt ook niet meteen alle mails te zien.

inlogscherm webmail gouverneur Florida
Probeer gerust zelf: gebruikersnaam: ‘sunburst’, wachtwoord ‘sunburst’

In de Verenigde Staten is het voor veel ambtenaren en regeringsleiders verboden om mails zomaar weg te gooien. Alle berichten die te maken hebben met bestuurszaken, moeten worden bijgehouden. Deels is dat om aansprakelijkheidsredenen bij geschillen, anderzijds dient het archief ook als manier om het bestuur te onderwerpen aan publieke controle. Door te zien wie welke mails stuurt, kan de burger mee onderzoeken of de overheid (hier de gouverneur) een gepaste reactie aan de berichten geeft. Het vrijgeven van mails geeft mogelijk ook inzage in het lobbywerk dat achter de schermen van een bestuurder vaak plaatsvindt.

Maar de toegang is niet absoluut. De toegang tot de mailbox is onderworpen aan strenge controle. Zo heb je sowieso alleen maar leesrechten, en dat enkel op opengestelde mappen. Je kan dus zelf geen mails wissen of doorsturen. Het e-mailadres van de verzender wordt geblokkeerd om privacyredenen. Daarnaast worden ook niet alle mails vrijgegeven. Sommige soorten informatie vallen onder een geheimhoudingsplicht – denk maar aan staatsveiligheidsredenen of het beschermen van bepaalde economische belangen.  Medewerkers kijken elk bericht na en beslissen dan of het publiek gemaakt wordt. In principe hebben ze daar een week de tijd voor. Wie de mailbox bekijkt, ziet echter dat vele mails al na enkele uren online komen.

In België is een dergelijke actie vooralsnog ondenkbaar. Sowieso is er al een probleem met de archivering. In principe zijn overheden verplicht mails en andere documenten te bewaren, maar in de praktijk zijn er nauwelijks praktisch uitgewerkte concepten om aan efficiënte archivering te doen. Veel overheden wissen dus mails, die de burger nochtans inzicht kan geven in het al dan niet deugdelijk bestuur dat die overheid levert. Daarnaast geldt in ons land ook de uitzondering wat betreft openbaarheid van documenten in verband met de besluitvorming. In ons land mag een overheid vrij gemakkelijk weigeren zulke mails vrij te geven.

De selectieve openbaarheid van Joke Schauvliege

De kunstensector stond zaterdag 2 juni in rep en roer. Vlaams Minister van Cultuur Joke Schauvliege had plots alle adviezen online gezet die de verschillende commissies uitschreven voor de beoordeling van subsidiedossiers. Dat gebeurde nog nooit eerder en meteen kreeg de minister de wind van voren. Mevrouw Schauvliege zelf ziet er geen graten in en spreekt van openbaarheid van bestuur.

Yamila Idrissi (sp.a) bond de kat de bel aan. Aan VRT Nieuws laat ze weten dat ze totaal verrast is over deze nieuwe manier van werken. Ze vreest dat het openbaar maken de ongerustheid en het wantrouwen in de sector zal aanwakkeren. De minister zelf liet verstaan dat ze met het vrijgeven van de documenten net het gelobby van de sector op de politiek een halt wil toeroepen. Ze vind het belangrijk dat iedereen vooraf de documenten kon inzien, zodat iedereen kan zien dat het toekennen eerlijk verloopt. Verder wilde de minister daar vandaag niet verder op ingaan.

We hebben hier te maken met een (zeldzame) vorm van openbaarheid van de besluitvorming. In ons land is er geen wet die dat verplicht. Wel kan een burger normaliter elk document bij een overheid opvragen (dus ook deze adviezen). Echter, – en dit mag de nodige nadruk krijgen – het feit dat de documenten net dienen ter voorbereiding van het beleid, is voor de overheid een wettige reden om die toegang te weigeren (zie artikel 13, punt 3) . De wet voorziet maar in een heel beperkt aantal redenen om de toegang tot bestuursdocumenten te kunnen weigeren.

Dat Schauvliege deze besluitvormingsdocumenten dus al online zet omwille van de openbaarheid doet vragen oproepen. Zeker in het licht van de slechte track record van de Vlaamse regering. Zo was er – gisteren nog- weinig begrip voor de beslissing van Schauvliege om het omstreden project UPlace een milieuvergunning te geven. Volgens sommigen een zaak die draait op achterkamerpolitiek en belangenvermening. Ook het dossier van de Oosterweelverbinding blijft nazinderen. Actiegroepen probeerden onderzoeken en documenten op te vragen, maar botsten op een onwillige administratie, die de toegang bovendien weigerde omdat de documenten onder het advocatenberoepsgeheim zou vallen. De meest gecontesteerde zaak is wellicht die van de rapporten van de Inspectie van Financiën. Vroeger kregen parlementsleden deze standaard bij de wetgevende dossiers bij, maar nu moeten de parlementsleden ingewikkelde procedures volgen. Ze klagen bijgevolg over een bemoeilijkte controlefunctie.

Misschien hebben we hier effectief te maken met een eerste stap richting openbaarheid van politieke besluitvorming, maar sommigen zullen eerder heil blijven zien in de theorie die bij De Morgen wordt aangehaald, die zegt dat de hele affaire een afleidingsmanoeuvre was voor de heisa rond Uplace.

Opinie: ‘Meer openheid zorgt voor minder Keizers van Oostende’

Zelf heb ik de Keizer van Oostende nog niet gelezen, en kan ik er dus moeilijk uitspraken over doen. Wat ik er over hoor, is volgens de ene dat er veel insinuaties, opwerpingen en aantijgingen zijn. Volgens de andere is het een verhaal met een combinatie van feiten en vragen, die ethische kwesties oproepen over de concentratie van veel macht bij één persoon, door cumulatie of snelle opvolging van uiteenlopende mandaten.

Een groot twistpunt in de discussie of het over eerlijke en integere onderzoeksjournalistiek ging, betrof de vraag of alle elementen feitelijk gestaafd werden, met getuigenissen of bewijsstukken. Heeft Johan Vande Lanotte beslissingen genomen in het voordeel van instanties, groeperingen of clubs die hem zelf na aan het hart lagen? Een smoking gun werd daarbij nooit gevonden, geven ook de auteurs toe.

Nochtans is een oplossing mogelijk. Ondermeer in Nederland en een aantal Scandinavische landen kan je als burger documenten of informatie bij je bestuur opvragen over de werking van die overheid. Dat principe heet ‘openbaarheid van bestuur‘ en komt er veelal op neer dat een burger inzage krijgt in alle rapporten, dossiers, video- of geluidsbestanden, mails of zelfs sms’en van een minister, als die burger daar om vraagt. In Groot-Brittanië moeten zelfs mails verstuurd via een privémailadres worden geopenbaard, als ze bestuurszaken betreffen. Uitzonderingen op de openbaarheid zijn vaak mogelijk, vaak om privacy van derden of ook de staatsveiligheid te beschermen.

Nu, België heeft ook zo’n regeling (uitgewerkt in Artikel 32 van de Grondwet, en 13 andere decreten, ordonnanties of wetten), maar daar is één groot probleem mee. In tegenstelling tot andere landen en zelfs de Europese Unie sluit ze per definitie openbaarheid van documenten uit die gaan over de besluitvorming. Dat betekent dat je wel documenten kan opvragen die gaan over de uitvoering van een beleidsbeslissing, maar niet over hoe die beslissing tot stand is gekomen.

Praktisch: je kan dus wel opvragen hoe vergunningen aan windmolenparken werden toegekend, maar niet hoe de wet tot stand kwam die dat vergunningbeleid regelt. Een ander voorbeeld: je kan wel nagaan of grote biomassacentrales wettig voor miljoenen euro’s aan groenestroomcertificaten ontvangen. Je kan in België niet nagaan hoe beslist is over welke soort groene stroom hoeveel subsidie ontvangt.

Dat is an sich niet problematisch, wanneer politici in eer en geweten beslissingen nemen in het belang van de hele bevolking. (Ze moeten nu zelfs hun wetsvoorstellen bovendien tot op een zeker niveau motiveren.) Maar het gevaar bij deze geslotenheid bestaat dat achter de schermen dingen gebeuren die je als burger niet gemakkelijk te weten komt. Welke lobbygroepen komen regelmatig bij de minister langs om hun zaak te bepleiten. Welke linken heeft een politicus met het bedrijfsleven, sportclubs of andere organisaties, en welke vragen of eisen hebben zij voor de politicus in kwestie. Centrale vraag: wat is de invloed van allerlei groepen en personen op de besluitvorming, die wel eens in het voordeel van de ene of de andere kan uitdraaien, de good old vriendjespolitiek.

Mocht België de moed hebben de wetgeving over openbaarheid te verruimen, dan staat de burger sterker in zijn controle van zijn overheid. Als de burger zicht krijgt op wat achter de schermen plaatsvindt, dan kan de burger bij de volgende stembusgang oordelen of die politicus integer bestuurd heeft, en nog een nieuwe kans moet krijgen. Enkel die extra openbaarheid garandeert een volwaardige democratische controle op het gehele beleidsproces.

Dat is echter niet evident. Ons land heeft een sterke debatcultuur achter gesloten deuren. Overleg tussen de overheid en bijvoorbeeld vakbonden is er op dit moment enkel bij gratie van een zekere discretie. Regeerakkoorden bevatten wel de maatregelen waartoe aanstaande regeringspartners zich verbinden, maar vermelden niets over andere tegemoetkomingen en ruilhandel tussen politieke partijen. Misschien dat het openbaren van die extra afspraken tot verontwaardiging zou leiden bij de burger van nu. Verontwaardiging die mij onterecht lijkt. Inherent aan onderhandelen is dat je soms moet toegeven, en de burger weet dat. Mochten politici op dit vlak opener zijn, dan zou dat mogelijk minstens (de schijn van) achterkamer- of vriendjespolitiek kunnen verminderen, en kunnen leiden tot een meer integer bestuur, zowel door politici in het algemeen, als voor politici als Johan Vande Lanotte, waar veel macht bij één persoon geconcentreerd zit.

Heel concreet denk ik ook nog aan volgende extra maatregel: Op dit moment moeten politici verplicht de mandaten opgeven die ze het afgelopen jaar uitvoerden in bedrijven, organisaties en instellingen. Is het niet tijd dat politici, kabinetards en topambtenaren dat jaarlijks doen voor de laatste vijf jaar. Zo is een duidelijke chronologie mogelijk, waardoor mogelijke belangenconflicten beter beheerd kunnen worden, en eventueel afgestraft door de bevolking.

Auteur: Christoph Meeussen

Europa geheimer vanaf 15 december?

Op 14 en 15 december vinden in het Europees Parlement in Straatsburg debatten plaats over nieuwe openbaarheidswetgeving. Het EP verzet zich tegen voorstellen van de Europese Commissie om de toegang strenger te maken en pleit zelfs voor meer transparantie. De burger zou wel minder toegang krijgen tot documenten.

Meer lezen

(bron: wobbing.eu)