De juridische basis voor de Tomorrowlandscreening? Vertrouwelijk, vindt de politie

De federale politie weigert het juridisch advies vrij te geven dat aan de basis lag van de preventieve screening van Tomorrowlandbezoekers. De argumentatie die ze daarvoor gebruikt, lijkt moeilijk houdbaar. In beroep gaan is voorlopig uiterst moeilijk, omdat de officiële federale transparantiewaakhond stil ligt.

Een aantal dagen voor de start van dancefestival Tomorrowland kwam uit dat de federale politie alle Belgische bezoekers preventief had gescreend. Bijna veertig personen met een geldig ticket werd de toegang geweigerd na een negatief advies. Waarom? Dat werd de betrokkenen niet gezegd. Het klonk alleen dat ze een gevaar zouden zijn voor de openbare orde. Concreter dan dat werd het niet en een kans om zich te verdedigen kregen de betrokken niet.

Een aantal van hen startte een kortgedingprocedure. Ze wonnen die ook. Het festival moest de personen toelaten. Voor een aantal andere personen kwam de politie ook terug op het advies, nadat de betrokkenen daarom hadden gevraagd.

Juridisch advies

Op de aanpak kwam heel wat kritiek. De algehele screening werd disproportioneel genoemd. Sp.a-politicus Hans Bonte sprak van een ‘politiestaat‘. Onder meer het Comité P en de Privacycommissie startten een onderzoek. De politie verdedigde zich ook door te zeggen dat ze vooraf juridisch advies hadden ingewonnen. Een vraag aan de persdienst leverde alvast geen antwoord op.

Het advies kan nochtans interessant zijn. Misschien toont het aan dat er weldegelijk een wettelijke grond is om de preventieve screening uit te voeren? Maar misschien werden er in het advies bezwaren geuit en heeft de politie die naast zich neer gelegd. Of misschien was het advies wel positief, maar is dat onterecht omdat de wet misschien iets anders zegt. In dat laatste geval lijkt het raadzaam dat de politie betere juristen zoekt, zeker als het over fundamentele zaken gaat.

Door de openbaarheidswetgeving kan je gelukkig zowat alle documenten bij de overheid opvragen, ook adviezen. We vroegen de federale politie dan ook om een kopie. In haar antwoord, dat op 6 augustus in de bus viel, wordt een kopie alvast geweigerd.

Vrijwillig?

De politie haalt twee redenen aan. Enerzijds claimt men dat het advies vertrouwelijk en vrijwillig werd overgemaakt. Dat is opvallend. Het is de politie die een bepaald screeningsbeleid wenste te gebruiken. De vraag om een advies komt dan wellicht ook van de politie, waardoor het argument van de vrijwilligheid onaannemelijk lijkt. ‘Vertrouwelijkheid’ an sich is nooit een terechte reden. Anders zou de overheid elk document als ‘vertrouwelijk’ kunnen bestempelen en zo de openbaarheidsregels, zelfs een Grondwettelijk recht, buitenspel zetten.

Een tweede reden gaat erover dat de vrijgave van het advies inzicht kan geven in een aantal politionele werkingsprocessen, alsook dat onder meer de openbare orde, de veiligheid en de verdediging van het land in het gedrang zouden komen. Het inroepen van deze uitzonderingsgrond lijkt om een aantal redenen problematisch. De uitzonderingsgrond die ze inroept, wordt niet bepaald heel concreet gemaakt. De federale openbaarheidscommissie heeft overheden al vaker gewaarschuwd dat een uitzonderingsgrond inroepen pertinent en in concreto dient te gebeuren.

Een eerder advies van de Commissie wijst op de noodzaak tot concreet en pertinent motiveren

Ten tweede voorziet de openbaarheidswet in een verplichte belangenafweging: “Een […] overheid wijst de vraag […] af, wanneer zij heeft vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van [het belang dat de politie aanhaalt]”. Met andere woorden: als er een publiek belang is dat zwaarder doorweegt dan de bescherming van de openbare orde, de landsverdediging, enzovoort, dan moet de overheid toch vrijgeven. Het lijkt op het eerste gezicht alvast onduidelijk hoe de juridische basis voor een algemene screening de verdediging in exact in het gedrang kan brengen.

Geen belangenafweging

Het is nog maar de vraag of de uitzonderingsgrond kan worden ingeroepen. Als de politie de wet met hun screening zou overtreden, dan lijkt men een illegaal belang te willen verdedigen. Het algemeen belang om de informatie dan toch vrij te geven, lijkt dan erg groot. Gezien de aanzienlijke kritiek, onder meer van de kortgedingrechter, lijkt dat belang er des te meer te zijn.

De politie kan ten slotte ook altijd overgaan tot gedeeltelijke openbaarmaking, waarbij bepaalde (terecht geheime) delen kunnen worden geschrapt, uiteraard mits motivering. De passages over de basis voor de screening zelf kunnen dan wel worden vrijgegeven.

Openbaarheidscommissie ligt stil

Een volgende stap die in principe kan worden gezet, is het indienen van een ‘beroep’, bij de Commissie voor de Toegang voor Bestuursdocumenten. Die Commissie heeft als taak de overheden te controleren, om te oordelen of die overheid niet te ver is gegaan met het achterhouden van informatie.

Helaas is dat voorlopig niet mogelijk. De regering heeft maanden geleden nagelaten tijdig het vierjarig mandaat van de leden te vernieuwen of nieuwe leden aan te stellen. Daardoor kwam de Commissie stil te liggen. Ze is intussen opnieuw samengesteld, maar de Commissie kan maar opnieuw aan de slag als ze de eed heeft afgelegd. Alvast in de zomermaanden bleek het geen evidentie om de kalenders van alle leden en de bevoegde overheden op één lijn te krijgen. De Commissie was voorlopig telefonisch onbereikbaar.