Woordvoerders en openbaarheid, een anekdote

[09:51]

    • Ik: Hallo, gisterenavond heeft uw kabinet een exemplaar gekregen van het verbeterplan voor Technopolis. Mag ik als journalist een kopietje?
    • Woordvoerder: We gaan dat niet doen. Dat is nog geen openbaar stuk. De raad van bestuur heeft ons dat bezorgd. We gaan dat nu op ons gemak lezen en bekijken, en eerst en vooral de raad van bestuur zelf een antwoord geven. Dan zien we wel hoe we er verder mee omgaan. Op dit moment is het geen stuk dat naar de pers zal verspreid worden.
    • Ik: Op welke gronden kan u dat niet vrijgeven?
    • Woordvoerder: Dat is geen bestuursstuk.
    • Ik: Het is gisteren toch bezorgd aan uw kabinet?
    • Woordvoerder: Ja.
    • Ik: Dan is het toch een bestuursdocument?
    • Woordvoerder: Nee, da’s geen document van de regering.
    • Ik: Dat doet er toch niet toe?
    • Woordvoerder: Toch wel?
    • Ik: Zo staat het niet in het decreet. Elk document in het bezit van een overheid is een bestuursdocument.
    • Woordvoerder: Elk goedgekeurd en afgeklopt document wellicht?
    • Ik: Nee.
    • Woordvoerder: Dan moet u maar via de Commissie Openbaarheid van Bestuur gaan, maar op dit moment gaan we dat niet vrijgeven.
    • Ik: Oké. Bedankt.
    • Woordvoerder: Tot later.

[09:53]

CASE – Het federaal noodplan om black-outs te vermijden

WOB-verzoek over het noodplan voor energie
WOB-verzoek over het noodplan voor elektriciteit

Door het uitvallen van de wellicht gesaboteerde kerncentrale Doel 4 wordt het noodplan van de federale overheid om een totale black-out te vermijden door geselecteerde gebieden snel tijdelijk uit te schakelen. Het noodplan zelf staat nergens online, al zijn er heel wat vragen. Doorlichter.be vroeg maandag de documenten op. [UPDATE:] De FOD Economie en Binnenlandse Zaken laten maandagmiddag weten de vraag te bekijken. De tweede FOD verlengt meteen de beslissingstermijn van 30 naar 45 dagen, onder meer “door de zomervakantie”.

Het noodplan van Melchior Wathelet, de voormalige staatssecretaris bevoegd voor Energie is al even klaar, maar dit weekend bleek dat heel wat gemeenten zeggen er helemaal geen idee van te hebben of zij vooraan staan om door de staatssecretaris afgeschakeld te worden van het elektriciteitsnet bij een dreigend stroomtekort. De Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten heeft intussen expliciet gevraagd dat haar leden intussen geïnformeerd worden, iets dat volgens het Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken “in de loop van september” zou gebeuren.

Een verzoek om transparantie van de overheid, dus. En eentje met een zekere hoogdringendheid. Nu de kans op stroomtekorten volgens hoogspanningsnetbeheerder Elia “vanaf eind oktober, begin november” groter gaat zijn door het uitvallen van kernreactor Doel 4, willen steden en gemeenten zich adequaat kunnen voorbereiden, voor hun eigen werkzaamheden of voor de bescherming van inwoners, bijvoorbeeld in rusthuizen.

Vraag is waarom er mogelijk nog tot anderhalve maand nodig is vanuit Binnenlandse Zaken om de gemeenten over hun brown-outrisico (het afschakelen van een regio) te informeren, zeker als er al lang een eerste versie klaar is. Hoe langer men wacht, des te minder tijd er is om adequate maatregelen uit te werken, zoals de bevolking informeren over hoe het stroomverbruik aan te passen, het  (samen goedkoper) aankopen van noodstroomgeneratoren, enzovoort. Er wordt momenteel nog wel aan een update gewerkt, maar gemeenten en steden, en mogelijk ook burgers en bedrijven, willen zich kunnen wapenen.

Doorlichter.be vroeg op basis van openbaarheidswetgeving vandaag (18/08/2014) alvast per mail (zie afbeelding) het bestaande noodplan op, zodat de bevolking, bedrijven, maar ook de bestuurslagen te weten kunnen komen of het risico op afschakelen er is of groot is. Als het plan is bijgewerkt, kan ook gekeken worden welke de veranderingen zijn en waarom deze gebeurden.

UPDATE:

Om 14.57 uur laat Alain Lefevre, directeur-generaal ad interim van de FOD Binnenlandse Zaken, weten de vraag goed ontvangen te hebben. Tegelijkertijd klinkt het dat de analyse van de vraag van doorlichter.be lang kan duren:

“Gezien de tijd die nodig is voor de analyse van uw vraag aangaande de uitzonderingsgronden voorzien door de wet […] en de huidige zomervakantieperiode is de huidige beslissingstermijn op 45 dagen geplaatst, conform artikel 22 § 3 van de eerder geciteerde wet.”

NOODPLAN2
Antwoord van het plaatsvervangend hoofd van de FOD Binnenlandse Zaken

De wet voorziet inderdaad in de mogelijkheid om de beslissingstermijn van 30 naar 45 dagen te verlengen. Mocht de instantie niet ingaan op het verzoek, dan kan nog een beroepsprocedure opgestart worden die ook meer dan een maand aan tijd in beslag kan nemen.

Ook de FOD Economie laat intussen weten de vraag te bestuderen. Zij vragen alvast geen verlenging van de termijnen.

Doorlichter.be zal dit artikel aanvullen als het verder antwoord of uitleg krijgt van de bevraagde instanties.

Voorlopig geen inzage in Vlaamse audits

Antwoordbrief van AGIOn
Het weigerende antwoord van schoolinfrastructuuragentschap AGIOn

Verschillende Vlaamse besturen weigeren om inzage te geven in audits over de werking van hun dienst, wanneer daarom wordt gevraagd. Een beroepsinstantie die de rechtmatigheid van die weigeringsbeslissingen moet onderzoeken kan “door omstandigheden” haar werk niet doen. Bij minstens vier overheden krijgt ze  de betwiste informatie niet binnen de voorziene 30 kalenderdagen verzameld, terwijl het telkens over slechts één document gaat.

In de maand januari vroeg Openbaarheidvanbestuur – deze website – bij onder meer het Agentschap voor Infrastructuur In het Onderwijs (AGIOn), en ook het departement Mobiliteit en Openbare Werken een aantal auditrapporten op. Als burger heb je het recht om die bestuurlijke documenten in te zien, zodat je kan meekijken of die overheid efficiënt tewerkgaat. Dat recht staat verankerd in de Grondwet (Art. 32), een aantal federale wetten, alsook het Vlaams decreet betreffende de openbaarheid van bestuur van 26 maart 2004.

Bij minstens vier overheden kreeg Openbaarheidvanbestuur een njet van de instantie. Daarbij wordt de “vertrouwelijkheid van auditprocessen” ingeroepen. Echter, wie het decreet er op naleest, alsook de Memorie van Toelichting erbij, ziet dat expliciet werd vermeld dat afgeronde audits wel opgevraagd kunnen worden, in tegenstelling tot lopende audits;

De vertrouwelijkheid omtrent de resultaten van de interne audits is evenwel niet langer vereist zodra de beleidsverantwoordelijken kennis hebben gekregen van deze resultaten. Natuurlijk is het mogelijk om op dat ogenblik eventueel andere uitzonderingsgronden , zoals voorzien in dit decreet,  in te roepen  om alsnog bepaalde documenten aan de openbaarheid te onttrekken. […]

De detailrapporten en de syntheserapporten die worden opgesteld door de entiteit Interne Audit bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap komen in aanmerking  voor openbaarmaking (na kennisgeving aan de beleidsverantwoordelijken) […].”

Openbaarheidvanbestuur tekende tegen deze mogelijk onterechte en illegale weigeringen beroep aan bij de Vlaamse beroepsinstantie. De bevraagde overheid is dan verplicht om aan de beroepsinstantie de betrokken documenten te bezorgen. De instantie kan dan – als een soort administratieve rechtbank – oordelen of de weigering tot openbaarmaking terecht was of niet. Die uitspraak moet binnen de 30 kalenderdagen plaatsvinden. 15 kalenderdagen later moet de overheid – indien dat zo werd uitgesproken – de documenten openbaar maken. Blijft de gevraagde overheid weigeren, dan kan de beroepsinstantie zelf tot openbaarmaking overgaan.

Dat is de ideale situatie. Maar soms gebeurt het dat de beroepsinstantie de documenten niet in handen krijgt. Zij hangt daarbij af van de goodwill van de betrokken overheid om die documenten aan haar over te maken. De beroepsinstantie heeft echter geen huiszoekingsbevoegdheid en kan het overmaken niet afdwingen, omdat er geen straf voorzien is in geval van een weigering. Op dat moment heb je een vreemde en illegale praktijk: een overheid die documenten vrijgeven weigert, kan niet gestraft worden als een soort administratief rechtscollege – zoals de beroepsinstantie – net wil kijken of de betrokken overheid juist handelt of niet.

In onze vier beroepsprocedures liet de Vlaamse beroepsinstantie weten dat de geplande termijn van 30 kalenderdagen om een uitspraak te doen niet gehaald kan worden. Bij de betrokken overheidsdiensten werd telkens echter slechts één auditrapport opgevraagd, zodat de vraag rijst bij wie het probleem juist zit.

“Door omstandigheden is het voor de beroepsinstantie onmogelijk om de nodige informatie te verzamelen binnen de termijn van dertig kalenderdagen. Slechts wanneer alle gevraagde informatie in het bezit is van de beroepsinstantie, kan deze met kennis van zaken een beslissing terzake treffen.” (mail van de Vlaamse beroepsinstantie, d.d. 14-02-2013)

Deze mededeling schept niet veel duidelijkheid. Het decreet voorziet volgens artikel 24 inderdaad een mogelijk uitstel van 15 kalenderdagen wanneer informatie niet tijdig verzameld kan worden, maar er moet wel een reden opgegeven worden. Deze blijft hier beperkt tot “door omstandigheden”.

Opvallend detail: een van de door Openbaarheidvanbestuur opgevraagde auditrapporten bekijkt de communicatiestrategie binnen de Dienst Algemeen Regeringsbeleid. Dat is dezelfde dienst als die waaronder de Vlaamse beroepsinstantie ressorteert.

Overheden zijn niet altijd happig om inzage te verlenen over documenten in hun bezit. Dat mag ook blijken uit dit voorbeeld op federaal niveau, waar het Federale Geneesmiddelenagentschap weigert om documenten over te maken aan net die instantie die moet oordelen of een weigering tot vrijgave al dan niet terecht.

FAGG moet PIP-documenten vrijgeven

Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproblemen moet documenten over PIP-implantaten vrijgeven. Ze weigerde dit eerst, maar een Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie oordeelde dat het FAGG er toch toe verplicht is.

Het FAGG zorgt in ons land voor de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid van geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Ze geeft onder meer vergunningen voor klinische onderzoeken of nieuwe geneesmiddelen. Een andere taak is het bewaken van bijwerkingen door geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Ze verzamelt meldingen, evalueert deze en onderneemt eventueel actie.

Het is op dit laatste vlak dat het FAGG bevraagd werd over documenten die ze in haar bezit heeft over PIP-implantaten. Deze website vroeg op 16 januari 2012 om een kopie van deze documenten. Omdat we geen antwoord kregen, tekenden we beroep aan tegen deze – impliciete – weigeringsbeslissing, bij de Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie. Deze oordeelde recent dat het FAGG de documenten waarover ze beschikt, moet vrijgeven.

Concreet gaat het over documenten van de firma PIP die betrekking hebben op een aantal meldingen van incidenten met deze medische hulpmiddelen. Deze documenten bevatten ondermeer de naam van de producent, het gebruikte hulpmiddel, alsook een omschrijving van het incident en de ondernomen acties. Het FAGG heeft nu twee weken de tijd om de gevraagde documenten vrij te geven.

Wat kunnen we met deze documenten? Dat is nog niet zeker. Met de opgevraagde documenten zouden we kunnen zien of het FAGG al op de hoogte was van problemen vooraleer het PIP-schandaal in maart 2010 losbarstte, en of het agentschap behoorlijk heeft gereageerd. We zouden deze vervolgens kunnen afzetten tegen de inspanning die minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx recent deed om 41 inspecteurs aan te stellen om implantaten beter te controleren.

De documenten werden opgevraagd op basis van de wetgeving rond openbaarheid van bestuur. Meer specifiek werd gebruik gemaakt van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang tot milieu-informatie. In dezelfde beroepsprocedure werd aan het FAGG ook om andere documenten aangaande PIP-informatie gevraagd, maar die vraag werd ongegrond verklaard, deels omdat het FAGG de documenten niet heeft, deels omdat ze niet bestaan.

Opvallend: het FAGG heeft geen documenten ter opvolging van de veiligheid van implantaten. Voor geneesmiddelen bestaat het systeem van de PSUR’s (periodic safety update report), maar implantaten kennen geen systematische opvolging voor wat betreft problemen.

Het is dus nog even wachten op de documenten zelf.

Pukkelpop: tussen noodlot en voorzienigheid

Op Pukkelpop 2011 stonden mijn vrienden en ik een metertje of twee buiten de Dancehalltent toen het begon te stormen. Zoals duizenden anderen vluchtten we de tent in. Na een paar minuten hevige storm sloeg plots een muur van water en wind de tent in. Die begon zo hevig te schudden dat ze naar beneden leek te gaan komen, of op zijn minst de verlichting en discobollen. Naar buiten dan maar? Door de enorme hagel twijfelde ik: hoeveel meter kan ik veilig binnen blijven staan, als ik toch nog snel naar buiten moet lopen. De aluminium balken bogen intussen hevig door, het dak danste zo vervaarlijk dat er geen ‘veilig’ meer mogelijk leek, en dus besloot ik om buiten te schuilen. Ook vele anderen liepen op dat moment naar buiten, maar tegen deze paniekerige stroom mensen in kwamen anderen aangelopen die onderdak zochten, toen de overkapping naast de Dancehall instortte (de plek waar een koppeltje stierf). De sfeer was uiterst paniekerig.

Wat nazindert, is dat op geen enkel moment de bezoeker gewaarschuwd werd uit te kijken voor gevaarlijke situaties. Nergens werd opgeroepen om kalm te blijven of de tent te verlaten. Op online filmpjes, gemaakt met gsm, merk ik achteraf dat de toen optredende artiest, door zijn micro wel heeft opgeroepen om de tent te verlaten. Dat was echter totaal niet hoorbaar in het stormlawaai en het paniekgeschreeuw van het publiek. Een kwartiertje later was het oog van de storm voorbij, maar volgde de ontnuchtering. We zien een jongeman 20 minuten lang verzorgd en beademd worden. Vrienden kijken wezenloos en huilend toe. De hulpverlening is meteen en met voldoende mensen aanwezig. De nooduitgangen zijn meteen geopend. Het paniekgevoel gaat stilaan liggen.

Je loopt over het terrein, op zoek naar een grote uitgang naar de straat. Ondertussen zie je de grote ravage. Omgevallen bomen, grote afgewaaide takken, een tent die volledig plat ligt. De moed zakt ons in de schoenen. Bellen en sms’en lukt niet. Internet werkt soms en al snel merk ik berichten op over een NOS-journalist en diens uitspraken (“Op z’n Belgisch”). Op dat moment is dat ongelooflijk confronterend en schokkend. Dat was toch niet te voorzien. Tienduizenden mensen op de verkeerde plek op het verkeerde tijdstip, puur toeval. Dikke pech.

Maar toch. Hoewel de hulpverlening achteraf piekfijn was, vraag ik me sindsdien constant af: is er voldoende geanticipeerd? Welke middelen heeft de organisatie in handen om haar tienduizenden bezoekers te waarschuwen en veilig te houden? Had zij meer kunnen doen, door bijvoorbeeld op de grote tv-schermen een waarschuwing te tonen en op te roepen de tenten te verlaten en op het terrein zelf te blijven? Had zij kunnen oproepen door de microfoons? Zijn daar überhaupt scenario’s hiervoor voorzien, in de (verplichte en meestal erg lijvige) noodplannen van het festival. Is daar voldoende gebruik van gemaakt?

Read more

FAVV weigert openbaarmaking inspectieverslagen

Het weekblad Knack is thuisgekomen van een kale reis met haar pogingen om inzage te krijgen in de rapporten die het Federaal Agentschap opmaakte, naar aanleiding van haar controles op horecazaken in verband met voedselveiligheid. Ondermeer door de kennelijk onredelijk grote berg werk en problemen met de privacy weigert het FAVV de verslagen vrij te geven.

Volgens woordvoerder van het FAVV Lieve Busschots zijn er ook nog geen concrete plannen om de toegang in de toekomst wel te vergemakkelijken.