Opinie: ‘Meer openheid zorgt voor minder Keizers van Oostende’

Zelf heb ik de Keizer van Oostende nog niet gelezen, en kan ik er dus moeilijk uitspraken over doen. Wat ik er over hoor, is volgens de ene dat er veel insinuaties, opwerpingen en aantijgingen zijn. Volgens de andere is het een verhaal met een combinatie van feiten en vragen, die ethische kwesties oproepen over de concentratie van veel macht bij één persoon, door cumulatie of snelle opvolging van uiteenlopende mandaten.

Een groot twistpunt in de discussie of het over eerlijke en integere onderzoeksjournalistiek ging, betrof de vraag of alle elementen feitelijk gestaafd werden, met getuigenissen of bewijsstukken. Heeft Johan Vande Lanotte beslissingen genomen in het voordeel van instanties, groeperingen of clubs die hem zelf na aan het hart lagen? Een smoking gun werd daarbij nooit gevonden, geven ook de auteurs toe.

Nochtans is een oplossing mogelijk. Ondermeer in Nederland en een aantal Scandinavische landen kan je als burger documenten of informatie bij je bestuur opvragen over de werking van die overheid. Dat principe heet ‘openbaarheid van bestuur‘ en komt er veelal op neer dat een burger inzage krijgt in alle rapporten, dossiers, video- of geluidsbestanden, mails of zelfs sms’en van een minister, als die burger daar om vraagt. In Groot-Brittanië moeten zelfs mails verstuurd via een privémailadres worden geopenbaard, als ze bestuurszaken betreffen. Uitzonderingen op de openbaarheid zijn vaak mogelijk, vaak om privacy van derden of ook de staatsveiligheid te beschermen.

Nu, België heeft ook zo’n regeling (uitgewerkt in Artikel 32 van de Grondwet, en 13 andere decreten, ordonnanties of wetten), maar daar is één groot probleem mee. In tegenstelling tot andere landen en zelfs de Europese Unie sluit ze per definitie openbaarheid van documenten uit die gaan over de besluitvorming. Dat betekent dat je wel documenten kan opvragen die gaan over de uitvoering van een beleidsbeslissing, maar niet over hoe die beslissing tot stand is gekomen.

Praktisch: je kan dus wel opvragen hoe vergunningen aan windmolenparken werden toegekend, maar niet hoe de wet tot stand kwam die dat vergunningbeleid regelt. Een ander voorbeeld: je kan wel nagaan of grote biomassacentrales wettig voor miljoenen euro’s aan groenestroomcertificaten ontvangen. Je kan in België niet nagaan hoe beslist is over welke soort groene stroom hoeveel subsidie ontvangt.

Dat is an sich niet problematisch, wanneer politici in eer en geweten beslissingen nemen in het belang van de hele bevolking. (Ze moeten nu zelfs hun wetsvoorstellen bovendien tot op een zeker niveau motiveren.) Maar het gevaar bij deze geslotenheid bestaat dat achter de schermen dingen gebeuren die je als burger niet gemakkelijk te weten komt. Welke lobbygroepen komen regelmatig bij de minister langs om hun zaak te bepleiten. Welke linken heeft een politicus met het bedrijfsleven, sportclubs of andere organisaties, en welke vragen of eisen hebben zij voor de politicus in kwestie. Centrale vraag: wat is de invloed van allerlei groepen en personen op de besluitvorming, die wel eens in het voordeel van de ene of de andere kan uitdraaien, de good old vriendjespolitiek.

Mocht België de moed hebben de wetgeving over openbaarheid te verruimen, dan staat de burger sterker in zijn controle van zijn overheid. Als de burger zicht krijgt op wat achter de schermen plaatsvindt, dan kan de burger bij de volgende stembusgang oordelen of die politicus integer bestuurd heeft, en nog een nieuwe kans moet krijgen. Enkel die extra openbaarheid garandeert een volwaardige democratische controle op het gehele beleidsproces.

Dat is echter niet evident. Ons land heeft een sterke debatcultuur achter gesloten deuren. Overleg tussen de overheid en bijvoorbeeld vakbonden is er op dit moment enkel bij gratie van een zekere discretie. Regeerakkoorden bevatten wel de maatregelen waartoe aanstaande regeringspartners zich verbinden, maar vermelden niets over andere tegemoetkomingen en ruilhandel tussen politieke partijen. Misschien dat het openbaren van die extra afspraken tot verontwaardiging zou leiden bij de burger van nu. Verontwaardiging die mij onterecht lijkt. Inherent aan onderhandelen is dat je soms moet toegeven, en de burger weet dat. Mochten politici op dit vlak opener zijn, dan zou dat mogelijk minstens (de schijn van) achterkamer- of vriendjespolitiek kunnen verminderen, en kunnen leiden tot een meer integer bestuur, zowel door politici in het algemeen, als voor politici als Johan Vande Lanotte, waar veel macht bij één persoon geconcentreerd zit.

Heel concreet denk ik ook nog aan volgende extra maatregel: Op dit moment moeten politici verplicht de mandaten opgeven die ze het afgelopen jaar uitvoerden in bedrijven, organisaties en instellingen. Is het niet tijd dat politici, kabinetards en topambtenaren dat jaarlijks doen voor de laatste vijf jaar. Zo is een duidelijke chronologie mogelijk, waardoor mogelijke belangenconflicten beter beheerd kunnen worden, en eventueel afgestraft door de bevolking.

Auteur: Christoph Meeussen

Leave a Comment