Woordvoerders en openbaarheid, een anekdote

[09:51]

    • Ik: Hallo, gisterenavond heeft uw kabinet een exemplaar gekregen van het verbeterplan voor Technopolis. Mag ik als journalist een kopietje?
    • Woordvoerder: We gaan dat niet doen. Dat is nog geen openbaar stuk. De raad van bestuur heeft ons dat bezorgd. We gaan dat nu op ons gemak lezen en bekijken, en eerst en vooral de raad van bestuur zelf een antwoord geven. Dan zien we wel hoe we er verder mee omgaan. Op dit moment is het geen stuk dat naar de pers zal verspreid worden.
    • Ik: Op welke gronden kan u dat niet vrijgeven?
    • Woordvoerder: Dat is geen bestuursstuk.
    • Ik: Het is gisteren toch bezorgd aan uw kabinet?
    • Woordvoerder: Ja.
    • Ik: Dan is het toch een bestuursdocument?
    • Woordvoerder: Nee, da’s geen document van de regering.
    • Ik: Dat doet er toch niet toe?
    • Woordvoerder: Toch wel?
    • Ik: Zo staat het niet in het decreet. Elk document in het bezit van een overheid is een bestuursdocument.
    • Woordvoerder: Elk goedgekeurd en afgeklopt document wellicht?
    • Ik: Nee.
    • Woordvoerder: Dan moet u maar via de Commissie Openbaarheid van Bestuur gaan, maar op dit moment gaan we dat niet vrijgeven.
    • Ik: Oké. Bedankt.
    • Woordvoerder: Tot later.

[09:53]

CASE – Het federaal noodplan om black-outs te vermijden

WOB-verzoek over het noodplan voor energie
WOB-verzoek over het noodplan voor elektriciteit

Door het uitvallen van de wellicht gesaboteerde kerncentrale Doel 4 wordt het noodplan van de federale overheid om een totale black-out te vermijden door geselecteerde gebieden snel tijdelijk uit te schakelen. Het noodplan zelf staat nergens online, al zijn er heel wat vragen. Doorlichter.be vroeg maandag de documenten op. [UPDATE:] De FOD Economie en Binnenlandse Zaken laten maandagmiddag weten de vraag te bekijken. De tweede FOD verlengt meteen de beslissingstermijn van 30 naar 45 dagen, onder meer “door de zomervakantie”.

Het noodplan van Melchior Wathelet, de voormalige staatssecretaris bevoegd voor Energie is al even klaar, maar dit weekend bleek dat heel wat gemeenten zeggen er helemaal geen idee van te hebben of zij vooraan staan om door de staatssecretaris afgeschakeld te worden van het elektriciteitsnet bij een dreigend stroomtekort. De Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten heeft intussen expliciet gevraagd dat haar leden intussen geïnformeerd worden, iets dat volgens het Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken “in de loop van september” zou gebeuren.

Een verzoek om transparantie van de overheid, dus. En eentje met een zekere hoogdringendheid. Nu de kans op stroomtekorten volgens hoogspanningsnetbeheerder Elia “vanaf eind oktober, begin november” groter gaat zijn door het uitvallen van kernreactor Doel 4, willen steden en gemeenten zich adequaat kunnen voorbereiden, voor hun eigen werkzaamheden of voor de bescherming van inwoners, bijvoorbeeld in rusthuizen.

Vraag is waarom er mogelijk nog tot anderhalve maand nodig is vanuit Binnenlandse Zaken om de gemeenten over hun brown-outrisico (het afschakelen van een regio) te informeren, zeker als er al lang een eerste versie klaar is. Hoe langer men wacht, des te minder tijd er is om adequate maatregelen uit te werken, zoals de bevolking informeren over hoe het stroomverbruik aan te passen, het  (samen goedkoper) aankopen van noodstroomgeneratoren, enzovoort. Er wordt momenteel nog wel aan een update gewerkt, maar gemeenten en steden, en mogelijk ook burgers en bedrijven, willen zich kunnen wapenen.

Doorlichter.be vroeg op basis van openbaarheidswetgeving vandaag (18/08/2014) alvast per mail (zie afbeelding) het bestaande noodplan op, zodat de bevolking, bedrijven, maar ook de bestuurslagen te weten kunnen komen of het risico op afschakelen er is of groot is. Als het plan is bijgewerkt, kan ook gekeken worden welke de veranderingen zijn en waarom deze gebeurden.

UPDATE:

Om 14.57 uur laat Alain Lefevre, directeur-generaal ad interim van de FOD Binnenlandse Zaken, weten de vraag goed ontvangen te hebben. Tegelijkertijd klinkt het dat de analyse van de vraag van doorlichter.be lang kan duren:

“Gezien de tijd die nodig is voor de analyse van uw vraag aangaande de uitzonderingsgronden voorzien door de wet […] en de huidige zomervakantieperiode is de huidige beslissingstermijn op 45 dagen geplaatst, conform artikel 22 § 3 van de eerder geciteerde wet.”

NOODPLAN2
Antwoord van het plaatsvervangend hoofd van de FOD Binnenlandse Zaken

De wet voorziet inderdaad in de mogelijkheid om de beslissingstermijn van 30 naar 45 dagen te verlengen. Mocht de instantie niet ingaan op het verzoek, dan kan nog een beroepsprocedure opgestart worden die ook meer dan een maand aan tijd in beslag kan nemen.

Ook de FOD Economie laat intussen weten de vraag te bestuderen. Zij vragen alvast geen verlenging van de termijnen.

Doorlichter.be zal dit artikel aanvullen als het verder antwoord of uitleg krijgt van de bevraagde instanties.

Is het goed dat regering ontslagvergoeding Bellens weigert, als ze weet dat hij ze later toch krijgt?

Volgens De Standaard wordt Belgacom-CEO Didier Bellens waarschijnlijk ontslagen, en zal hij ook geen ontslagvergoeding van zo’n 2 miljoen euro krijgen. Maar is dat een goede zaak? Contract is contract, en de kans is dus groot dat Bellens het wegvallen van zijn vergoeding aanvecht, en mogelijk ook wint. Juridische diensten onderzochten de afgelopen dagen of men hem zonder vergoeding kan ontslaan. Wat dat advies is, weten we niet, maar stel dat de regering donders goed weet dat ze die vergoeding van de rechtbank zal moeten betalen, is het dan nog een goede zaak juridische procedures op te starten? Misschien kan wobbing – of het opvragen van overheidsdocumenten – duidelijkheid brengen.

De regering zit vrijdag samen over de kwestie over of Bellens ontslagen moet worden. Onder meer MR-vicepremier Didier Reynders had al om zijn ontslag gevraagd, en ook andere partijen lieten zich al erg kritisch uit.  Juridische adviseurs zochten (of zoeken?) uit of Bellens zonder vergoeding ontslagen kan worden. De kans is niet onbestaande dat die adviseurs concluderen dat Bellens recht heeft op de premie. Er is immers nog geen smoking gun gevonden, een fout die groot genoeg is om hem aan de deur te zetten zonder dat hij recht heeft op een vergoeding. Het is dat advies, collega-journalisten, waar we morgen/vrijdag collectief naar moeten vragen nadat de regering haar beslissing bekendgemaakt heeft.

Wat is het nut van dat advies? We zullen erdoor weten of de regering tegen beter weten in Bellens zonder vergoeding deed ontslagen, en ons, aandeelhouders, bewust, met extra gerechtskosten opzadelt, bovenop de miljoenen die het desgevallend zal moeten betalen. Gezien de ramkoers waarop Bellens de laatste weken en maanden zit, kan de regering zich quasi zeker aan een rechtszaak verwachten. Het ontbreken van een smoking gun maakt dat een rechtbank Bellens mogelijk gelijk zal geven, waardoor hij alsnog de 2 miljoen euro zal krijgen van Belgacom. In De Standaard luidt het alvast dat niemand die wil betalen. De vraag is of dat wel goed bestuur is. Uiteraard zit na de affaires van de voorbije weken geen enkele Belgacom-aandeelhouder (en dus ook wij) erop te wachten dat Bellens 2 miljoen euro ontvangt, maar wil die belastingbetaler nog extra geld verloren zien gaan door een kostelijke rechtszaak die mogelijk bij voorbaat al een verloren zaak is?

Voor een gerust gemoed ga ik er alvast vanuit dat de huidige regering de kwestie van een rechtszaak niet naar een volgende regering zal proberen door te schuiven. Omdat Bellens zelfstandig CEO is, komt zijn zaak niet voor de arbeidsrechtbank, maar voor die van eerste aanleg. Door de lange duurtijd van een procedure, is een uitspraak mogelijk pas voor na de verkiezingen. De huidige regering zou er dus momenteel op kunnen rekenen dat de rechtszaak en het eventueel bijbehorende kostenplaatje bij haar opvolgers terechtkomt.

Daarom, collega-journalisten, moeten we vrijdag op onze strepen gaan staan. Volgens de Grondwet hebben we allerlei fundamentele rechten. Privacy is er daar een van, maar artikel 32 geeft ons ook recht op transparantie bij de overheid (“Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in [bepaalde] gevallen”). Door die wetgeving kunnen we te weten komen of de regering willens nillens een juridisch advies naast zich neerlegt, wat Belgacom/de Belgische staat/de belastingbetaler mogelijk heel wat extra geld kost.

Daarom moeten we vrijdag proberen om ons niet enkel te beperken tot wat de regering communiceert, maar kunnen we ook kijken naar de besluitvorming zelf. Daarom moeten we vrijdag maar eens collectief naar (de woordvoerders van) minister van Overheidsbedrijven Labille of premier Di Rupo bellen om dat advies, met toch een zeker algemeen belang, op te vragen, en er naar te blijven vragen tot we het krijgen. Snel als het kan, of traag en via een beroepsinstantie als het moet.

Moest het FAVV zwijgen over het paardenvleesschandaal?

Het persbericht van het FAVV. Let op de titel, mogelijk een zeldzaam voorbeeld van de 'non self fullfilling prophecy'
Het persbericht van het FAVV. Let op de titel, mogelijk een zeldzaam voorbeeld van de ‘non self fullfilling prophecy’

Snel na het uitbreken van het paardenvleesschandaal bleek dat ook in ons land verdachte zaken werden opgemerkt. Het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid wist al in 2011 van problemen met ons paardenvlees. Meteen was er verontwaardiging dat dit niet aan het publiek werd gemeld. Maar het FAVV stelde snel dat zij zich aan het geheim van het onderzoek moesten houden. De vraag is echter: is dat wel het geval? Wie een blik werpt op onze milieuwetgeving doet kan alvast vermoeden van niet.

Op 16 februari brak in Groot-Brittanië en Ierland het paardenvleesschandaal uit. Hamburgers in discountketens bevatten paardenvlees, terwijl dat niet op het etiket vermeld stond. Vanaf die dag is het paardenvleesschandaal zich alleen maar beginnen uitbreiden. Op zich is er – als dat op de verpakking van het voedsel vermeld wordt – niets mis met paardenvlees, maar op 19 februari meldde het weekblad Moustique dat er mogelijk ook problemen waren in ons land, en dat het FAVV en het Belgische gerecht al in 2011 van de feiten wisten. Daarop kwamen meteen verontwaardigde reacties, onder meer van Groen-Kamerlid Wouter De Vriendt. Het voedselagentschap haastte zich een dag later met te zeggen dat zij niets over lopende onderzoeken mag zeggen:

Momenteel worden drie grote zaken onderzocht door de parketten van Neufchâteau, Dendermonde en Antwerpen en, conform de geheimhouding van het onderzoek, kan het FAVV hierover niet communiceren. Het gaat in wezen om de vervalsing van paspoorten. De door een weekblad bekendgemaakte informatie dat de vastgestelde administratieve fraude een risico zou inhouden voor de gezondheid van de consumenten en zieke paarden in België in de voedselketen zijn terechtgekomen is totaal onjuist.

Het is voorlopig onduidelijk of er effectief een gezondheidsrisico is geweest, of dat dat onze voedselketen vervuild is geraakt. Mocht dat zo zijn, dan heeft dat wel belangrijke implicaties voor het FAVV. In een federale wet die de toegang tot milieu-informatie regelt, staat het volgende te lezen:

Daarin staat klaar en duidelijk het volgende te lezen:

  Art. 15. [De milieu-instanties zorgen] ervoor dat in geval van een bedreiging van de gezondheid van de mens of het milieu, hetzij veroorzaakt door menselijke activiteiten hetzij ten gevolge van natuurlijke oorzaken, alle informatie waarover zij beschikken en die de bevolking die waarschijnlijk zal worden getroffen in staat kan stellen maatregelen te nemen om de uit de bedreiging voortvloeiende schade te voorkomen of te beperken, onmiddellijk wordt verspreid.

Dat we te maken hebben met milieu-informatie, mag alvast blijken uit het eerste gedeelte van de wet:

milieu-informatie : elke informatie, ongeacht de drager en in welke materiele vorm ook, waarover een milieu-instantie beschikt, betreffende:
[…]
b) de toestand van de gezondheid en de veiligheid van de mens met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, […]

Niet alleen deze actieve vorm van openbaarheid lijkt van belang. Ook wanneer iemand om informatie vraagt, is het voedselagentschap wellicht verplicht de informatie vrij te geven – of er nu een onderzoek loopt of niet:

 Art. 27. § 1. Voor elke milieu-informatie die het voorwerp uitmaakt van een vraag tot openbaarmaking, gaat de milieu-instantie die de aanvraag ontvangst na of er uitzonderingen van toepassing zijn. Ze wijst de aanvraag af als het publiek belang van de openbaarmaking niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen :
[…]
4° de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten;

Wat hier staat is dat als het publiek belang groter is dan de bescherming van het gerechtelijk onderzoek, dan geldt de openbaarheid. Dergelijke belangenafwegingen zijn echter niet altijd eenvoudig te maken. Wanneer is het publiek belang groter dan de geheimhoudingsverplichting?

Ten slotte nog dit: Het FAVV heeft alvast niet de beste naam op het vlak van (passieve) openbaarheid. Zo weigerde het in 2011 documenten vrij te geven aan journalisten over de hygiëne in restaurants. Zelfs de Federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie – die net als taak heeft om te zien of een overheid niet de mist ingaat tegen openbaarheidswetgeving – krijgt van het FAVV geen van de betwiste documenten in handen. De beroepsinstantie was niet tevreden met de gang van zaken, zoals uit deze passage mag blijken:

Artikel 40 van de wet van 5 augustus 2006 verplicht de betrokken milieu-instantie bovendien om de Federale Beroepscommissie toegang te geven tot alle nuttige informatie, en geeft de Commissie de bevoegdheid om alle betrokken partijen en deskundigen te horen en om aanvullende inlichtingen te vragen aan de personeelsleden van de betrokken milieu-instantie. Het staat dus niet aan het FAVV om te oordelen of de aanvrager zich terecht op de wet van 5 augustus 2006 beroept, en zelfs niet om de toegang tot de betrokken informatie aan de Commissie te weigeren.

Voorlopig geen inzage in Vlaamse audits

Antwoordbrief van AGIOn
Het weigerende antwoord van schoolinfrastructuuragentschap AGIOn

Verschillende Vlaamse besturen weigeren om inzage te geven in audits over de werking van hun dienst, wanneer daarom wordt gevraagd. Een beroepsinstantie die de rechtmatigheid van die weigeringsbeslissingen moet onderzoeken kan “door omstandigheden” haar werk niet doen. Bij minstens vier overheden krijgt ze  de betwiste informatie niet binnen de voorziene 30 kalenderdagen verzameld, terwijl het telkens over slechts één document gaat.

In de maand januari vroeg Openbaarheidvanbestuur – deze website – bij onder meer het Agentschap voor Infrastructuur In het Onderwijs (AGIOn), en ook het departement Mobiliteit en Openbare Werken een aantal auditrapporten op. Als burger heb je het recht om die bestuurlijke documenten in te zien, zodat je kan meekijken of die overheid efficiënt tewerkgaat. Dat recht staat verankerd in de Grondwet (Art. 32), een aantal federale wetten, alsook het Vlaams decreet betreffende de openbaarheid van bestuur van 26 maart 2004.

Bij minstens vier overheden kreeg Openbaarheidvanbestuur een njet van de instantie. Daarbij wordt de “vertrouwelijkheid van auditprocessen” ingeroepen. Echter, wie het decreet er op naleest, alsook de Memorie van Toelichting erbij, ziet dat expliciet werd vermeld dat afgeronde audits wel opgevraagd kunnen worden, in tegenstelling tot lopende audits;

De vertrouwelijkheid omtrent de resultaten van de interne audits is evenwel niet langer vereist zodra de beleidsverantwoordelijken kennis hebben gekregen van deze resultaten. Natuurlijk is het mogelijk om op dat ogenblik eventueel andere uitzonderingsgronden , zoals voorzien in dit decreet,  in te roepen  om alsnog bepaalde documenten aan de openbaarheid te onttrekken. […]

De detailrapporten en de syntheserapporten die worden opgesteld door de entiteit Interne Audit bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap komen in aanmerking  voor openbaarmaking (na kennisgeving aan de beleidsverantwoordelijken) […].”

Openbaarheidvanbestuur tekende tegen deze mogelijk onterechte en illegale weigeringen beroep aan bij de Vlaamse beroepsinstantie. De bevraagde overheid is dan verplicht om aan de beroepsinstantie de betrokken documenten te bezorgen. De instantie kan dan – als een soort administratieve rechtbank – oordelen of de weigering tot openbaarmaking terecht was of niet. Die uitspraak moet binnen de 30 kalenderdagen plaatsvinden. 15 kalenderdagen later moet de overheid – indien dat zo werd uitgesproken – de documenten openbaar maken. Blijft de gevraagde overheid weigeren, dan kan de beroepsinstantie zelf tot openbaarmaking overgaan.

Dat is de ideale situatie. Maar soms gebeurt het dat de beroepsinstantie de documenten niet in handen krijgt. Zij hangt daarbij af van de goodwill van de betrokken overheid om die documenten aan haar over te maken. De beroepsinstantie heeft echter geen huiszoekingsbevoegdheid en kan het overmaken niet afdwingen, omdat er geen straf voorzien is in geval van een weigering. Op dat moment heb je een vreemde en illegale praktijk: een overheid die documenten vrijgeven weigert, kan niet gestraft worden als een soort administratief rechtscollege – zoals de beroepsinstantie – net wil kijken of de betrokken overheid juist handelt of niet.

In onze vier beroepsprocedures liet de Vlaamse beroepsinstantie weten dat de geplande termijn van 30 kalenderdagen om een uitspraak te doen niet gehaald kan worden. Bij de betrokken overheidsdiensten werd telkens echter slechts één auditrapport opgevraagd, zodat de vraag rijst bij wie het probleem juist zit.

“Door omstandigheden is het voor de beroepsinstantie onmogelijk om de nodige informatie te verzamelen binnen de termijn van dertig kalenderdagen. Slechts wanneer alle gevraagde informatie in het bezit is van de beroepsinstantie, kan deze met kennis van zaken een beslissing terzake treffen.” (mail van de Vlaamse beroepsinstantie, d.d. 14-02-2013)

Deze mededeling schept niet veel duidelijkheid. Het decreet voorziet volgens artikel 24 inderdaad een mogelijk uitstel van 15 kalenderdagen wanneer informatie niet tijdig verzameld kan worden, maar er moet wel een reden opgegeven worden. Deze blijft hier beperkt tot “door omstandigheden”.

Opvallend detail: een van de door Openbaarheidvanbestuur opgevraagde auditrapporten bekijkt de communicatiestrategie binnen de Dienst Algemeen Regeringsbeleid. Dat is dezelfde dienst als die waaronder de Vlaamse beroepsinstantie ressorteert.

Overheden zijn niet altijd happig om inzage te verlenen over documenten in hun bezit. Dat mag ook blijken uit dit voorbeeld op federaal niveau, waar het Federale Geneesmiddelenagentschap weigert om documenten over te maken aan net die instantie die moet oordelen of een weigering tot vrijgave al dan niet terecht.

Nauwelijks verzoeken tot openbaarmaking in Waals gewest?

Wie naar de website van het Waals gewest gaat (de Fédération Wallonie-Bruxelles), kan daar de adviezen vinden die de Waalse Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten heeft gepubliceerd.

Opvallend: De laatste adviezen dateren van 2010. Het is niet duidelijk of er nadien geen uitspraken meer gedaan zijn, dat deze niet meer online worden geplaatst, of dat zij een andere locatie vonden.

Nog opvallend is dat er in elke jaargang gemiddeld zo’n 5 adviezen online staan. De benaming van de documenten doet echter vermoeden dat er veel meer adviezen werden gegeven. Worden alle adviezen gepubliceerd? Dat is niet duidelijk.

Vlaanderen heeft ook een commissie die waakt over de toegang tot bestuursdocumenten. Zij is echter een beroepsinstantie en kan zelf uitspraken doen. De Waalse pendant lijkt echter de federale wetgeving overgenomen te hebben en heeft daarom enkel adviesbevoegdheid.

FAGG moet PIP-documenten vrijgeven

Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproblemen moet documenten over PIP-implantaten vrijgeven. Ze weigerde dit eerst, maar een Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie oordeelde dat het FAGG er toch toe verplicht is.

Het FAGG zorgt in ons land voor de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid van geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Ze geeft onder meer vergunningen voor klinische onderzoeken of nieuwe geneesmiddelen. Een andere taak is het bewaken van bijwerkingen door geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Ze verzamelt meldingen, evalueert deze en onderneemt eventueel actie.

Het is op dit laatste vlak dat het FAGG bevraagd werd over documenten die ze in haar bezit heeft over PIP-implantaten. Deze website vroeg op 16 januari 2012 om een kopie van deze documenten. Omdat we geen antwoord kregen, tekenden we beroep aan tegen deze – impliciete – weigeringsbeslissing, bij de Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie. Deze oordeelde recent dat het FAGG de documenten waarover ze beschikt, moet vrijgeven.

Concreet gaat het over documenten van de firma PIP die betrekking hebben op een aantal meldingen van incidenten met deze medische hulpmiddelen. Deze documenten bevatten ondermeer de naam van de producent, het gebruikte hulpmiddel, alsook een omschrijving van het incident en de ondernomen acties. Het FAGG heeft nu twee weken de tijd om de gevraagde documenten vrij te geven.

Wat kunnen we met deze documenten? Dat is nog niet zeker. Met de opgevraagde documenten zouden we kunnen zien of het FAGG al op de hoogte was van problemen vooraleer het PIP-schandaal in maart 2010 losbarstte, en of het agentschap behoorlijk heeft gereageerd. We zouden deze vervolgens kunnen afzetten tegen de inspanning die minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx recent deed om 41 inspecteurs aan te stellen om implantaten beter te controleren.

De documenten werden opgevraagd op basis van de wetgeving rond openbaarheid van bestuur. Meer specifiek werd gebruik gemaakt van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang tot milieu-informatie. In dezelfde beroepsprocedure werd aan het FAGG ook om andere documenten aangaande PIP-informatie gevraagd, maar die vraag werd ongegrond verklaard, deels omdat het FAGG de documenten niet heeft, deels omdat ze niet bestaan.

Opvallend: het FAGG heeft geen documenten ter opvolging van de veiligheid van implantaten. Voor geneesmiddelen bestaat het systeem van de PSUR’s (periodic safety update report), maar implantaten kennen geen systematische opvolging voor wat betreft problemen.

Het is dus nog even wachten op de documenten zelf.

Gouverneur van Florida laat u mee zijn mails lezen.

 

De republikein en gouverneur van de Amerikaanse staat Florida Rick Scott heeft een opmerkelijk initiatief genomen. Iedereen die wil, kan inloggen op de Outlook-webmail van de gouverneur en 11 van zijn naaste medewerkers en zo gewoon mails meelezen. Scott wil op deze manier meer  openbaarheid van bestuur invoeren. Er zijn wel een aantal beperkingen. Zo kan je geen mails wissen of doorsturen, en je krijgt ook niet meteen alle mails te zien.

inlogscherm webmail gouverneur Florida
Probeer gerust zelf: gebruikersnaam: ‘sunburst’, wachtwoord ‘sunburst’

In de Verenigde Staten is het voor veel ambtenaren en regeringsleiders verboden om mails zomaar weg te gooien. Alle berichten die te maken hebben met bestuurszaken, moeten worden bijgehouden. Deels is dat om aansprakelijkheidsredenen bij geschillen, anderzijds dient het archief ook als manier om het bestuur te onderwerpen aan publieke controle. Door te zien wie welke mails stuurt, kan de burger mee onderzoeken of de overheid (hier de gouverneur) een gepaste reactie aan de berichten geeft. Het vrijgeven van mails geeft mogelijk ook inzage in het lobbywerk dat achter de schermen van een bestuurder vaak plaatsvindt.

Maar de toegang is niet absoluut. De toegang tot de mailbox is onderworpen aan strenge controle. Zo heb je sowieso alleen maar leesrechten, en dat enkel op opengestelde mappen. Je kan dus zelf geen mails wissen of doorsturen. Het e-mailadres van de verzender wordt geblokkeerd om privacyredenen. Daarnaast worden ook niet alle mails vrijgegeven. Sommige soorten informatie vallen onder een geheimhoudingsplicht – denk maar aan staatsveiligheidsredenen of het beschermen van bepaalde economische belangen.  Medewerkers kijken elk bericht na en beslissen dan of het publiek gemaakt wordt. In principe hebben ze daar een week de tijd voor. Wie de mailbox bekijkt, ziet echter dat vele mails al na enkele uren online komen.

In België is een dergelijke actie vooralsnog ondenkbaar. Sowieso is er al een probleem met de archivering. In principe zijn overheden verplicht mails en andere documenten te bewaren, maar in de praktijk zijn er nauwelijks praktisch uitgewerkte concepten om aan efficiënte archivering te doen. Veel overheden wissen dus mails, die de burger nochtans inzicht kan geven in het al dan niet deugdelijk bestuur dat die overheid levert. Daarnaast geldt in ons land ook de uitzondering wat betreft openbaarheid van documenten in verband met de besluitvorming. In ons land mag een overheid vrij gemakkelijk weigeren zulke mails vrij te geven.

De selectieve openbaarheid van Joke Schauvliege

De kunstensector stond zaterdag 2 juni in rep en roer. Vlaams Minister van Cultuur Joke Schauvliege had plots alle adviezen online gezet die de verschillende commissies uitschreven voor de beoordeling van subsidiedossiers. Dat gebeurde nog nooit eerder en meteen kreeg de minister de wind van voren. Mevrouw Schauvliege zelf ziet er geen graten in en spreekt van openbaarheid van bestuur.

Yamila Idrissi (sp.a) bond de kat de bel aan. Aan VRT Nieuws laat ze weten dat ze totaal verrast is over deze nieuwe manier van werken. Ze vreest dat het openbaar maken de ongerustheid en het wantrouwen in de sector zal aanwakkeren. De minister zelf liet verstaan dat ze met het vrijgeven van de documenten net het gelobby van de sector op de politiek een halt wil toeroepen. Ze vind het belangrijk dat iedereen vooraf de documenten kon inzien, zodat iedereen kan zien dat het toekennen eerlijk verloopt. Verder wilde de minister daar vandaag niet verder op ingaan.

We hebben hier te maken met een (zeldzame) vorm van openbaarheid van de besluitvorming. In ons land is er geen wet die dat verplicht. Wel kan een burger normaliter elk document bij een overheid opvragen (dus ook deze adviezen). Echter, – en dit mag de nodige nadruk krijgen – het feit dat de documenten net dienen ter voorbereiding van het beleid, is voor de overheid een wettige reden om die toegang te weigeren (zie artikel 13, punt 3) . De wet voorziet maar in een heel beperkt aantal redenen om de toegang tot bestuursdocumenten te kunnen weigeren.

Dat Schauvliege deze besluitvormingsdocumenten dus al online zet omwille van de openbaarheid doet vragen oproepen. Zeker in het licht van de slechte track record van de Vlaamse regering. Zo was er – gisteren nog- weinig begrip voor de beslissing van Schauvliege om het omstreden project UPlace een milieuvergunning te geven. Volgens sommigen een zaak die draait op achterkamerpolitiek en belangenvermening. Ook het dossier van de Oosterweelverbinding blijft nazinderen. Actiegroepen probeerden onderzoeken en documenten op te vragen, maar botsten op een onwillige administratie, die de toegang bovendien weigerde omdat de documenten onder het advocatenberoepsgeheim zou vallen. De meest gecontesteerde zaak is wellicht die van de rapporten van de Inspectie van Financiën. Vroeger kregen parlementsleden deze standaard bij de wetgevende dossiers bij, maar nu moeten de parlementsleden ingewikkelde procedures volgen. Ze klagen bijgevolg over een bemoeilijkte controlefunctie.

Misschien hebben we hier effectief te maken met een eerste stap richting openbaarheid van politieke besluitvorming, maar sommigen zullen eerder heil blijven zien in de theorie die bij De Morgen wordt aangehaald, die zegt dat de hele affaire een afleidingsmanoeuvre was voor de heisa rond Uplace.